Beste Steven Pont,

Mijn kinderen zijn 6 en 4 jaar. Steeds vaker komen er vriendjes en vriendinnetjes over de vloer en steeds vaker vragen de buurkinderen of die van mij buiten komen spelen. Ze willen dan naar het speeltuintje aan de overkant van onze straat.

Ik durf ze niet alleen die kant op te laten gaan, moet en wil ze continu in de gaten houden. Andere ouders zijn daar veel makkelijker in, merk ik. Hoe kan ik mijn kinderen iets meer loslaten en toch controle houden? Of zijn ze eigenlijk nog te jong om zelf buiten te spelen?

Antwoord Steven Pont:

U gebruikt hier ‘moet en wil’, maar dat zijn twee verschillende dingen. Want het is een goede vraag; moet het zo of wil u het zo? Het feit dat leeftijdsgenootjes gewoon zelfstandig naar het speeltuintje gaan, geeft me het donkerbruine vermoeden dat de bescherming kennelijk niet moet.

Blijft over dat u het wil. Daarna volgt de vraag waarom u het wil. Vertrouwt u uw kinderen niet? Zijn ze grenzelozer dan andere kinderen? Of hebben we het hier over uw eigen angst misschien. Het doel van alle opvoeden is toewerken naar de eigen overbodigheid en dat op een manier die bij uw kind past.

Niet de manier die bij u past, anders bent u op hun veertiende nog steeds hun brood aan het smeren… En daarmee houdt u ze klein en komt de volwassenheid uiteindelijk als een mokerslag hun leven binnen.

Steven Pont (52) is ontwikkelingspsycholoog en relatie-/gezinstherapeut. Met zijn vriendin Mick heeft hij twee zoons, Finn (12) en Rogi (11).