Nachtmerries komen vaak voor bij (jonge) kinderen. Soms is de oorzaak duidelijk, maar niet altijd. Bij terugkerende nare dromen kan je kind last krijgen van slaapproblemen. De volgende tips helpen je om met nachtmerries om te gaan en ze te helpen voorkomen.

Hoe ontstaan nachtmerries?

De precieze oorzaak van bange dromen is niet bekend. Waarschijnlijk heeft het te maken met het verwerken van dagelijkse gebeurtenissen. Je kind verwerkt in zijn slaap alles wat hij die dag heeft meegemaakt. Als dit iets naars is, kan de droom ook vervelend zijn.

Ook leuke dingen kunnen in de droomstaat vervelend worden. Als je kind koorts heeft of oververmoeid is, kan zijn brein de impulsen minder goed verwerken. Ze krijgen dan een eng of verwarrend tintje. Hierdoor kunnen nachtmerries ontstaan.

Nachtmerrie of nachtangst?

Sommige kinderen hebben last van nachtangst. Dat betekent dat ze ’s nachts ineens doodsbang kunnen zijn en schreeuwen. Bij nachtangst wordt je kind meestal niet wakker. De volgende dag weet hij vaak ook niet meer dat hij angstig was.

Bij nachtmerries worden kinderen over het algemeen wel wakker. Ze weten vaak nog wat ze hebben gedroomd en dat het eng was. Soms kunnen ze nog een tijdje nadat ze wakker zijn geworden van slag zijn door de impact van de boze droom.

Wat te doen bij nachtmerries?

Als je kind last heeft van vervelende dromen, kan je een aantal dingen doen om hem te ondersteunen. Probeer bijvoorbeeld eens de volgende tips:

  • Troost je kindje rustig. Laat zien dat jij kalm blijft, zodat je kind weet dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Doe bij voorkeur het licht niet aan, en maak niet te veel geluid. Zo voorkom je dat je kind niet meer in slaap kan komen.
  • Bespreek de droom. Door samen te praten over de droom, blijft je kind er niet mee in zijn hoofd zitten. Jullie kunnen rustig bespreken wat er eng was. Zo kan je hem goed gerust stellen.
  • Blijf bij je kind. Als je kind erg bang of overstuur is, kan je best even bij hem blijven tot hij weer in slaap valt. Zo weet hij dat hij veilig is bij jou.
  • Verzin een nieuw einde. Kijk of jullie samen een leuker einde voor de droom kunnen bedenken. Die enge spin kan ineens een feesthoedje krijgen en beste vrienden worden met je kind. Hierdoor leert je kleine dat hij controle heeft over zijn gedachten.
  • Laat merken dat hij niet de enige is. Vertel dat jij ook weleens nachtmerries hebt. En papa ook, en opa en oma, en de juf. Je laat zo aan je kind zien dat hij niet alleen is en dat een nachtmerrie iets normaals is.

Nachtmerries voorkomen

Nachtmerries kan je nooit helemaal voorkomen, maar je kan wel de kans erop verkleinen. De volgende tips kunnen daarbij helpen:

  • Sluit de dag rustig af. Met een kalmerend ritueel voor het slapengaan zorg je dat je kind goed ontspant. Denk aan ademhalingsoefeningen, een boekje lezen en een liedje zingen. Hierdoor vergroot je de kans op rustig slapen.
  • Laat een klein lampje aan. Een nachtlampje kan je kind een veilig gevoel geven. Let er dan wel op dat het lampje geen enge schaduwen kan veroorzaken. Je kind kan daar juist bang van worden.
  • Bespreek zorgen. Heeft je kind vaker nachtmerries? Misschien zit hij ergens mee. Probeer samen te achterhalen waar hij zich zorgen over maakt. Misschien is er wel brand geweest bij een klasgenoot en is hij nu bang dat dit bij jullie thuis ook zal gebeuren.

Nooit meer iets missen? Neem nu een abonnement op fabulous mama en profiteer van mooie kortingen!