Gaat jouw kindje al (bijna) naar school? Dan ben je waarschijnlijk aan het uitzoeken naar welke school je kleine Einstein straks gaat. Er bestaan verschillende onderwijsvormen in Nederland. Om je te helpen, vind je hieronder de meest voorkomende op een rij.

Daltononderwijs

Bij Daltononderwijs ligt de nadruk op de vrije keuze van de leerling. Daarnaast zijn samenwerken en zelfstandigheid waarden die bij deze onderwijsvorm centraal staan. Vanaf de laagste groepen leren de kinderen om zelf een planning te maken. Ze mogen daarbij kiezen uit een lijst met taken, die door de leraar wordt samengesteld. In de hogere groepen wordt meer keuzevrijheid aangeboden en meer zelfstandigheid vereist.

Ervaringsgericht onderwijs

Ervaringsgericht onderwijs (EGO) richt zich meer op het proces van leren, en minder op het eindresultaat. Contact tussen de leerlingen staat centraal: het kringgesprek is een van de pijlers van deze onderwijsvorm. De kinderen krijgen veel vrijheid en werken met projecten en actieve ‘ateliers’. Ze mogen zelf uitkiezen aan welke projecten ze meewerken. In een vrij keuzedeel krijgen ze bovendien opdrachten die op hun niveau en interesses zijn afgestemd.

Freinetonderwijs

Bij Freinetonderwijs wordt uitgegaan van de nieuwsgierigheid van het kind. Opdrachten en onderwijs worden afgestemd op basis van de interesse van de leerlingen. De kinderen mogen iets aandragen dat ze graag willen onderzoeken, en samen met de leerkracht maken ze een plan. Leerdoelen als ‘kunnen schrijven’ en ‘in een atlas informatie opzoeken’ komen zo organisch aan bod, als onderdeel van het grotere doel. Hierdoor zouden leerlingen meer gemotiveerd blijven.

Jenaplanonderwijs

Het Jenaplanonderwijs kenmerkt zich door projectmatig werken. Grote en kleine projecten worden in groepsverband uitgevoerd. Hierdoor worden samenwerking en creativiteit gestimuleerd. Voor de ‘gewone’ schoolvakken, zoals rekenen en taal, worden weektaken opgesteld. Hier mogen de leerlingen op eigen initiatief aan werken. Hiermee leren ze zelfstandig te werken en een planning te maken.

Montessori-onderwijs

In het Montessori-onderwijs worden speciale leermaterialen aangeboden, waaruit kinderen ’s ochtends een keuze kunnen maken. Zij werken dan individueel of in kleine groepen, onder observatie van de leerkracht. Deze schat vervolgens in waar de kinderen nog meer behoefte aan hebben, en geeft ze het materiaal dat ze hiervoor nodig hebben. Hierdoor worden kinderen aangesproken op hun eigen belangstelling en motivatie. Ze zouden zo beter kunnen leren.

Nutsonderwijs

Nutsscholen waren een tijdje populair, maar er zijn er nu steeds minder. Het onderwijs is gericht op kritisch denken en respectvol omgaan met allerlei verschillende levensovertuigingen. Het beleid van de scholen wordt gevoerd door een vereniging, bestaande uit ouders van leerlingen. Momenteel zijn veel voormalig nutsscholen gefuseerd met andere, openbare basisscholen, waardoor de onderwijsvorm iets minder vastomlijnd is.

Ontwikkelingsgericht onderwijs

Zoals de naam al doet vermoeden, is ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) vooral gericht op de ontwikkeling van het kind. De leerlingen hebben inbreng in de planning en de activiteiten in de lagere klassen zijn vooral gericht op spelen. De lessen worden gesorteerd op thema en gepresenteerd in een periode van enkele weken. Er is aandacht voor alle aspecten van de ontwikkeling, niet alleen voor de cognitieve ontwikkeling die in het reguliere onderwijs meer centraal staat.

Sudbury-onderwijs

Binnen het Sudbury-onderwijs zijn de leerlingen zelf verantwoordelijk. Net als bij het Freinetonderwijs wordt leren gezien als een middel om bepaalde doelen te bereiken. Er is geen vastgesteld curriculum en ook geen verplichte vakken. De leerlingen komen niet samen in een klaslokaal, maar in een ruimte waar ze dingen ondernemen. Daarnaast wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende leeftijdsgroepen: alle kinderen hebben contact met elkaar.

Vrije school

De vrije school is gestoeld op het principe van de antroposofie. Volgens dit principe wordt ieder mens geboren met een intrinsieke ‘zielenkracht’, die kinderen moeten ontwikkelen. Het onderwijs is gericht op de ondersteuning van dit proces. Vrije kunsten nemen een belangrijke rol in, en worden als even belangrijk gezien als lezen, schrijven en rekenen. Daarnaast hebben de seizoenen een belangrijke rol, die wordt aangeduid door de verschillende jaarfeesten. De lessen worden gegeven in perioden in plaats van lesuren. Zo wordt er in een ‘rekenperiode’ ongeveer vier weken uitsluitend rekenonderwijs gegeven.