Tussen de 6 en 9 maanden kan je baby last krijgen van verlatingsangst. Best lastig om mee om te gaan, want je kind wil 24/7 bij je zijn. Sommige kindjes zetten het al op een gillen als mama even naar de brievenbus loopt. Niet fijn voor je kind en niet fijn voor jou. Gelukkig is het een fase, die meestal vanzelf weer overgaat. Met deze tips kom je die fase beter door.

Wat is verlatingsangst?

Verlatingsangst betekent dat je baby bang is dat je hem achterlaat. Dit is een belangrijke stap in de ontwikkeling van je kind. Verlatingsangst betekent namelijk dat je kindje snapt dat jij iemand anders bent dan hij. Tot dit moment zag hij jullie als eenheid. Maar als jij niet aan hem vast zit, kan je hem dus ook verlaten. Dit maakt je kleine angstig.

Eenkennigheid als gevolg van verlatingsangst

Rond de tijd dat verlatingsangst optreedt, kan je baby erg eenkennig worden. Hij hecht zich aan de mensen bij wie hij zich veilig voelt, zoals ouders en verzorgers. Omdat hij beter onderscheid tussen mensen kan maken, snapt hij ook dat niet iedereen mama is. Hierdoor kan je kindje vreemden eng vinden. Het zorgt er ook voor dat hij het eng vindt als jij bij hem weggaat.

Tips bij verlatingsangst en eenkennigheid

Het kan best lastig zijn om met verlatingsangst om te gaan. Je voelt je rot om je baby overstuur achter te laten als je even weg moet. Bovendien kan het slaapritme van je kleine erdoor beïnvloed worden, en dus ook jouw slaapritme. Met deze tips zorg je dat je baby zich veilig voelt:

  • Rustig wennen. Laat je je kindje achter bij iemand die hij (nog) niet zo goed kent? Laat hem dan rustig wennen. Vraag de oppas bijvoorbeeld om iets eerder te komen. Hierdoor ziet hij dat jij deze persoon vertrouwt, en voelt het minder ‘vreemd’ aan.
  • Afscheid nemen. Een vast afscheidsritueel kan helpen. Verdwijn nooit plotseling, hiermee vergroot je de angst alleen. Probeer een ritueel te verzinnen (zeggen wat je gaat doen, kusje geven, zwaaien) en houd je daaraan. Vertrek aan het einde van het ritueel standvastig en maak het niet te lang.
  • Leuk thuiskomen. Het moment dat je terugkeert, is voor je kind het einde van jouw afwezigheid. Door hier even de tijd voor te nemen, leert je kind dat je altijd weer thuiskomt en dat het dan weer leuk is. Creëer dus een moment alleen met je kleine bij thuiskomst.
  • Vertrouwde plek. Gaat je baby zelf ook weg van huis, bijvoorbeeld naar de crèche? Neem dan de tijd om samen te wennen. Het kan ook helpen om iets vertrouwds mee te geven, zoals een knuffel of een dekentje. Hierdoor voelt je kind zich meer thuis.
  • Blijf niet plakken. Een kind met verlatingsangst wil het afscheid zo lang mogelijk rekken. Het kan verleidelijk zijn om steeds weer terug te lopen voor nog een knuffel. Maar uiteindelijk raakt je kind hier alleen van in de war. De negatieve gevoelens duren dan langer, waardoor je kind die met afscheid gaat associëren. Ga dus resoluut weg, hoe moeilijk dat ook is.