debbyIk ben Debby Mendelsohn: psycholoog, schrijver en moeder van zes kinderen (tussen de 7 en 19 jaar). Door middel van mijn website (mendot.nl) en twee boeken (Zindelijk maken is kinderspel en Borstvoeding doe je zo) voer ik mijn passie uit: het overbrengen van wetenschappelijke inzichten als psycholoog gecombineerd met mijn persoonlijke ervaring. Ik geef workshops, consulten en trainingen aan ouders en professionals. Door het geven van praktisch advies help ik om het opvoeden leuk en ontspannen te houden, zodat je tijd hebt om te genieten van je gezin, werk en sociale leven.

Kinderen worden steeds later zindelijk en dat zorgt voor problemen in de klas. Op dit moment zijn er in elke kleuterklas ongeveer twee kinderen niet zindelijk. Dat is allereerst natuurlijk heel vervelend voor het kind zelf. Geen enkel kind vindt het fijn om ongelukjes te hebben en al helemaal niet in de klas op een gevoelige leeftijd.

Tevens zijn er steeds meer kinderen wel overdag zindelijk, maar niet ’s nachts. Ook dat leidt tot ongelukjes waar niemand blij van wordt. Gelukkig is er wat aan te doen. Je kan je kind helpen bij het zindelijk worden en dit is nog leuk om te doen ook! De volgende stappen laten zien hoe je de zindelijkheidstraining kan aanpakken.

1. Laat je kind wennen aan het potje of de wc

Je kan al met zindelijkheidstraining beginnen als je kind een jaar oud is. Kleine kinderen geven vaak de voorkeur aan een potje, wat oudere kinderen willen soms liever op de wc, eventueel met een wc-verkleiner. Het maakt voor het zindelijk worden niet uit: het potje of de wc.

Je hoeft niet te wachten tot je kindje zelf aangeeft dat het naar de wc moet. Introduceer het potje als vast onderdeel van de routine. Je zou je kleine bijvoorbeeld na elke maaltijd op de wc kunnen zetten. Zo zorg jij als ouder er voor dat je kind niet in zijn luier plast, maar op de wc.

2. Prijs je kind als hij iets op het potje heeft gedaan

Heeft je kleine iets op het potje gedaan? Laat dan zien dat je dit heel knap vindt. Sommige ouders werken met een beloningssysteem. Bijvoorbeeld elke keer een sticker nadat je kind wat op het potje heeft gedaan. Als dat bij jouw kindje werkt, is dat goed. Het doel is dat hij droog blijft. Zelf heb ik nooit een beloningssysteem gebruikt bij de zindelijkheidstraining. Ik hoop dat mijn kind blij is, als ik als moeder zeg: ‘Goed gedaan.’

3. Breid de zindelijkheidstraining uit

Laat je kindje steeds vaker op het potje zitten. Goede momenten zijn na het eten en na het slapen. Hoe vaker je kindje op het potje gaat, hoe sneller hij zindelijk zal zijn.

4. Herinner je kind eraan om naar de wc te gaan

Door de vorige stappen heeft je kind kunnen wennen en oefenen aan het gebruik van het potje. Hierdoor zal hij geleidelijk ook zelf aangeven dat hij behoefte heeft. Dit doet elk kind op zijn eigen tempo. Er zijn kinderen die met twee jaar al zelf goed kunnen aangeven dat zij naar de wc moeten. Er zijn echter ook veel kinderen die er tot een jaar of vier aan herinnerd moeten worden om naar de wc te gaan. Deze kinderen gaan zo op in hun spel, dat zij de wc vergeten en daardoor te laat zijn. Dat is jammer. Help je kind herinneren om naar de wc te gaan, zo lang als hij dat nodig heeft.

5. Geef je kind overdag genoeg zindelijkheidstraining

Je kindje zal meestal eerst overdag, en pas daarna ‘s nachts droog zijn. De nachten volgen meestal vanzelf, nadat je kind overdag droog is. Wat helpt is om je het volgende te realiseren: wat je kind overdag eet en drinkt, moet er ook overdag uit. Als je kindje overdag niet alles uitplast, zal de plas er uitkomen, wanneer hij totaal ontspannen is: wanneer hij slaapt. Zorg dus dat je kindje overdag voldoende tijd en gelegenheid heeft om naar de wc te gaan.

Ik hoop dat deze tips je een stuk op weg helpen bij de zindelijkheidstraining van je kleine. Zelf heb ik mijn zes kinderen op bovenstaande manier geholpen. Zij waren allemaal uit de luiers (zowel overdag als ’s nachts) toen ze 1,5 jaar oud waren. Bovendien was het fabulous leuk om te doen. Meestal las ik ze een verhaaltje voor terwijl zij op het potje zaten. Het was een heel leuk moment samen én had als gevolg dat mijn kinderen al spelend zindelijk werden. Win-win, toch?