Ze eten niet mee met het gezin, tellen dwangmatig calorieën en zijn ontevreden over hun lichaam. Naar schatting doet 50% van de vrouwen permanent aan de lijn: “Ik denk de hele dag aan wat ik wel en niet ‘mag’ eten.” Welke boodschap geeft dit aan kinderen? Journalist Anne Bakker onderzoekt.

“Mijn mama eet nooit pasta…”, vertelt een vriendinnetje van mijn dochter tijdens het avondeten. “Want in pasta zitten veel calorieën, daar word je dik van.” Het meisje is 8 jaar en kijkt me veelbetekenend aan.

Je ziet het steeds vaker: jonge basisschoolmeisjes die alles weten van voeding, calorieën, BMI en vet. Maar is dat wenselijk? Weten wat gezond is, is één ding. Opgroeien met het idee dat lijnen normaal is, iets totaal anders. Wat doet het met kinderen, zo’n immer diëtende moeder, die ‘raar’ doen met eten?

Ik heb heel lang gedacht dat het normaal was dat grote mensen zo vaak moeten overgeven.

Marlies (37, getrouwd en moeder van twee dochters van 7 en 9) groeide op met een moeder die altijd bezig was met haar lijn. Marlies: “Mijn moeder vond zichzelf altijd te dik en probeerde regelmatig allerlei diëten en ook maaltijdvervangers en speciale dieetpillen.

Rond mijn 8ste kreeg ik door dat ze wel erg vaak moest spugen. Bijna dagelijks hoorde ik haar, in het toilet op de bovenverdieping. Ze rook ook vaak een beetje zurig uit haar mond. Als kind geloofde ik wat ze zei: dat ze zich gewoon niet zo lekker voelde.

Ik heb heel lang gedacht dat het normaal was dat grote mensen zo vaak moeten overgeven. Het onderwerp is thuis nog steeds onbespreekbaar, maar ik begrijp ondertussen dat mijn moeder boulimia had.”

Boulimia nervosa, ook wel ‘dwangmatig overeten’ genoemd, is een eetstoornis waarbij eetbuien gecompenseerd worden met braken, laxeren of perioden van streng lijnen.

Langzaam slopen de eetbuien er weer in. Als ik stress had, of moe was, of me verveelde… Eetbuien zijn mijn uitlaatklep voor alles

Mensen met boulimia eten en compenseren vaak stiekem en hebben doorgaans een normaal gewicht. De stoornis kan daarom heel lang ongemerkt blijven bestaan. Eric van Furth is directeur van Centrum Eetstoornissen Ursula, één van de grootste en meest gespecialiseerde centra voor de behandeling van eetstoornissen in Nederland.

Van Furth: “De grootste groep mensen heeft last van binge eating disorder (eetbuistoornis), het ongecontroleerd eten van grote hoeveelheden voedsel zonder direct te compenseren door over te geven of laxeermiddelen te slikken, zoals bij boulimia nervosa.

Bij mensen met dit eetprobleem zie je wel vaak een verstoord eetgedrag, zoals overdag vasten, overmatig sporten en/of veelvuldige pogingen tot lijnen.” Naast boulimia en binge eating, komt ook anorexia nervosa veel voor: zo min mogelijk willen eten.

Een kilo erbij brengt meteen onzekerheid en gevoelens van minderwaardigheid. Die extreme reactie herken ik van mijn moeder

Maar de meeste eetproblemen vallen onder het kopje NAO: ‘Eetstoornis niet anderszins omschreven’. Een groot grijs gebied waarbij niet alle kenmerken van eerder genoemde stoornissen voorkomen, maar waarbij je wel de hele dag met eten en gewicht bezig bent.

Volgens recent onderzoek van de University of London kampt 3 procent van de vrouwen tussen 40 en 50 jaar met een eetstoornis. In de leeftijd van 15 tot 40 is het zelfs 10 procent. Een ‘ongelukkige’ jeugd geeft een verhoogd risico, een goede relatie tussen moeder en dochter doet dat risico juist afnemen met 20 procent.

Kinderen kunnen gedrag, dus ook een verstoorde relatie met eten, overnemen van hun moeder.

Feit is dat het aantal tieners met een eetstoornis in Nederland de afgelopen decennia is verdubbeld. Speelt een verkeerd voorbeeld van lijnende moeders daarbij een rol? Saskia Lagerwaard is medeoprichtster en directeur van Stichting JIJ, een organisatie die hulp en advies biedt aan vrouwen met eetproblemen.

Ongeveer 35% van de vrouwen die hulp zoeken bij Stichting JIJ is moeder. Lagerwaard: “Kinderen kunnen gedrag, dus ook een verstoorde relatie met eten, overnemen van hun moeder. Maar net als bij kinderen van bijvoorbeeld een alcoholist of drugsverslaafde, hoeft dat niet per definitie zo te zijn.

Het moederschap kan ook een krachtige motivatie zijn om een eetstoornis te overwinnen.

Meerdere factoren spelen een rol bij het ontwikkelen van een eetstoornis. Als een kind stevig in zijn schoenen staat, zijn gevoelens kan uiten en er goed mee om kan gaan, een gezonde relatie met zijn lijf heeft en over voldoende zelfbewustzijn beschikt, zal het risico minder aanwezig zijn.

Veiligheid, openheid, vertrouwen en stabiliteit in de relatie van de ouders zijn ook allemaal belangrijke factoren die bijdragen aan een gezonde ontwikkeling. Het moederschap kan ook een krachtige motivatie zijn om een eetstoornis te overwinnen.

Je kind staat op nummer één en je lichaam en gewicht worden minder belangrijk. Maar soms zien we ook dat de eetstoornis te sterk is en dat schuldgevoelens en het té goed willen doen juist zorgen voor overbelasting, verminderde zelfzorg en in het ergste geval een terugval.”

Nog diezelfde avond at ik een zak chips leeg en voelde me zo schuldig, dat ik mijn vinger in mijn keel stak.

Linda (30, relatie) is zo’n moeder met een gestoord eetgedrag. Ze heeft een dochter van 6. Linda: “Mijn eetprobleem begon 13 jaar geleden. Van de ene op de andere dag besloot ik te gaan lijnen. Nog diezelfde avond at ik een zak chips leeg en voelde me zo schuldig, dat ik mijn vinger in mijn keel stak.

Ik ging dit steeds vaker doen en een halfjaar later at ik nog nauwelijks en wat ik at, gooide ik er meteen weer uit. Ik was alleen nog maar bezig met afvallen. Soms at ik niet meer dan een wortel per dag. Tot ik zwanger raakte. Een ommekeer!

Ik zocht hulp bij het Riagg en het ging beter. Toch is mijn probleem nooit helemaal weggegaan. Ik eet wat meer, maar de obsessie is er nog steeds. Ik denk de hele dag aan wat ik wel en niet ‘mag’ eten en mijn zelfbeeld is nog altijd slecht. Ik merk ook dat ik steeds vaker doorsla en het moeilijk vind om te stoppen met eten. Ik ben heel bang voor een terugval.”

In de loop der jaren heb ik heel wat psychologen en therapeuten gezien.

Ook Shanti (38, single moeder van een dochter van 10) worstelt al bijna 20 jaar met een eetstoornis. Net als bij Linda ging het beter toen ze zwanger werd, maar sloop het probleem er toch langzaam weer in.

Shanti: “Eigenlijk is het nooit helemaal weggeweest. Het sluimerde altijd op de achtergrond. Ik begon met lijnen op mijn 16e en toen ik op kamers ging, sloeg het door naar boulimia: eetbuien en overgeven. Niemand wist ervan, het was mijn deep dark secret.

Tot ik zwanger werd, en hulp zocht bij een praatgroep. Ik doorliep het twaalfstappenprogramma van Anonieme Overeters en een aantal jaren ging het beter tot goed.

Maar langzaam slopen de eetbuien er toch weer in. Als ik stress had, of moe was, of me verveelde… Eetbuien zijn mijn uitlaatklep voor alles. In de loop der jaren heb ik heel wat psychologen en therapeuten gezien. Elke nieuwe benadering hielp wat, maar helemaal weg zijn de eetbuien nooit gegaan.”

Blijkbaar was het alleen oké om heel veel te snoepen, eten en drinken als je groot was…

Marlies weet uit ervaring hoe groot de invloed kan zijn van een moeder met raar eetgedrag. Marlies: “Het ‘rare’ was vooral de dubbele boodschap. Mijn moeder wilde altijd afvallen, maar tegelijkertijd was ze de hele dag met eten bezig.

We aten elke avond drie gangen,’s middags smeerde ze toastjes en ze bakte koekjes voor bij de thee. Ook als ze zelf aan de lijn deed. Wij moesten maat houden, kregen normale porties en mochten af en toe snoep en chips in het weekend.

Maar ondertussen aten en dronken mijn ouders in overvloed. Blijkbaar was het alleen oké om heel veel te snoepen, eten en drinken als je groot was… Mijn zus en ik hebben allebei anders gereageerd op deze dubbele boodschap. Mijn zus kreeg boulimia, maar ging er succesvol voor in behandeling. Bij mij was de invloed in eerste instantie praktisch.

Ik doe heel erg mijn best om het goede voorbeeld te geven.

Toen ik uit huis ging, kon ik helemaal niet koken. Mijn moeder had ons amper in de keuken gelaten. Ik at elke avond bij de snackbar en kwam kilo’s aan. Na een jaar was ik het zat, ging lijnen en sindsdien heb ik een redelijk stabiel en gezond gewicht.

Een kilo erbij brengt wel meteen onzekerheid en gevoelens van minderwaardigheid. Die extreme reactie herken ik van mijn moeder. Gelukkig kan ik met eten nu aardig maat houden. Drinken geeft nog wel eens een probleem.”

Niet mis dus, de invloed van raar eetgedrag. Is de immer diëtende moeder zich hier wel van bewust? Shanti in elk geval wel: “Ik doe heel erg mijn best om het goede voorbeeld te geven. Gelukkig kan ik normaal eten en krijgt mijn dochter aan tafel een gewoon voorbeeld.

Een dochter zou haar moeder niet zo moeten zien.

Toch voel ik me schuldig naar mijn dochter toe. Ik wil niet een moeder zijn die ’s avonds stiekem overgeeft. Ik ben ook bang dat ze me een keer betrapt. Het ergste wat kan gebeuren? Dat zij zich zorgen maakt om mij.

Daarom ga ik binnenkort weer in therapie en hopelijk kom ik er deze keer voor eens en voor altijd vanaf.” Ook Linda is zich bewust van het effect op haar dochter. Linda: “Het is lastig om in te schatten wat kinderen ergens van mee krijgen.

Maar ze heeft meer door dan ik dan ik eerst dacht. Laatst voelde ik me heel slecht omdat ik een eetbui had gehad. Ik moest ervan huilen. Mijn dochter kwam naar me toe en sloeg haar armpjes om me heen. Op zo’n moment breekt mijn hart. Een dochter zou haar moeder niet zo moeten zien.”

Een eetbui kun je ’s avonds hebben, buiten het zicht van de kinderen.

Wat kun je doen om ervoor te zorgen dat jouw ‘rare eetgedrag’ of obsessieve gedachten over eten, geen – of in elk geval zo min mogelijk – invloed heeft op je kinderen? Volgens Eric van Furth ligt de invloed van het eetprobleem gedeeltelijk in de aard van het eetprobleem.

Met andere woorden: het ene probleem is het andere niet. Van Furth: “Boulimia nervosa en binge eating disorder zijn redelijk makkelijk te verbergen. Een eetbui kun je ’s avonds hebben, buiten het zicht van de kinderen.

Een kind hoort zich bezig te houden met zijn of haar eigen leven, en zich geen zorgen te maken over de ouders.

Anorexia, niet kunnen eten, is een stuk zichtbaarder. Zoals Shanti terecht aangaf, is het een groot probleem als kinderen zich zorgen maken om hun moeder. Een kind hoort zich bezig te houden met zijn of haar eigen leven, en zich geen zorgen te maken over de ouders.

Als dat toch gebeurt, is het extra belangrijk dat moeder hulp zoekt. Zo laat ze namelijk zien dat ze haar probleem serieus neemt en er iets aan wil doen. Het is de enige manier om de zorgen bij kinderen weg te nemen.

Wat ook speelt bij moeders met een eetprobleem, is de enorme focus op uiterlijk die erbij komt kijken. Vaak zijn vrouwen met verstoord eetgedrag extreem bezig met hun lichaam, en wat er niet goed aan is.

Het feit dat moeder steeds aan de lijn doet, is al een duidelijke boodschap op zich. Opgroeiende meisjes die zien dat hun moeder niet blij is met haar lichaam, zullen zichzelf ook eerder negatief bekijken.

Ik vond mijn moeder als kind prachtig en begreep niet waarom ze zichzelf altijd zo afkraakte voor de spiegel.

Het beste is natuurlijk een moeder die goed in haar vel zit, maar heel belangrijk is ook dat ouders laten merken en zeggen dat ze hun dochters waarderen om wie ze zijn en niet om hoe ze er uit zien. Zo ontwikkelen meisjes zelfvertrouwen en een gezonde houding ten opzichte van hun lichaam. Het is daarbij het best om de focus te leggen op wie je bent en je gezondheid, in plaats van op uiterlijk en gewicht.”

Marlies kan zich helemaal vinden in dit advies: “Ik vond mijn moeder als kind prachtig en begreep niet waarom ze zichzelf altijd zo afkraakte voor de spiegel. Ik vond dat heel naar. Nu ik zelf moeder ben, let ik heel erg op hoe ik me gedraag ten opzichte van kinderen wat betreft uiterlijk en eten.

Ik probeer niet te zuchten voor de spiegel dat ik te dik ben, of opmerkingen te maken over iemand anders, waar de kinderen bij zijn. Ik ben ook voorzichtig met vrouwenbladen, want ik merkte jaren geleden dat ik vaak een beetje treurig word van al die perfecte vrouwbeelden.

Heel cliché misschien, maar ik wil mijn kinderen leren dat ware schoonheid vanbinnen zit.

Ik probeer vooral de aandacht te vestigen op vrouwen die bekend zijn omdat ze talent hebben, en niet alleen omdat ze mooi zijn. Als ik mijn dochters tijdens hun spel tegen een pop hoor zeggen: “Jij mag geen snoepjes meer, want dan word je dik!”, dan corrigeer ik dat door te zeggen: “Het geeft niet als ze wat dikker wordt, maar het is niet goed voor haar tandjes.”

Ik wil mijn kinderen meegeven dat ik lekker in mijn vel zit, en dat het belangrijker is om je fit en gezond te voelen, dan dun en mooi. Heel cliché misschien, maar ik wil ze leren dat ware schoonheid vanbinnen zit.”

Het uitgangspunt zou moeten zijn dat je goed bent zoals je bent, dat emoties er mogen zijn en dat je kind deze leert uiten.

Saskia Lagerwaard benadrukt het belang van mildheid en het vermijden van extremiteiten. Lagerwaard: “Ik denk dat het in de opvoeding sowieso helpt als je niet al te kritisch bent op je kinderen. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat je goed bent zoals je bent, dat emoties er mogen zijn en dat je kind deze leert uiten.

Voor wat betreft het omgaan met eten, is het vooral belangrijk ervoor te zorgen dat eten een fijne en sociale bezigheid is, die losstaat van schuldgevoel, compensatie of gevoelens. Je hoeft je niet schuldig te voelen als je wat gesnoept hebt, of te sporten na een stuk taart.

Ook een snoepje inzetten als ‘troost’ bij een valpartij of ander verdriet is niet handig. Stop met lijnen. Realiseer je dat lijnproducten gemaakt zijn om geld op te verdienen en dat steeds weer is aangetoond dat ze op lange termijn averechts werken. Zet gevarieerde, gezonde maaltijden op tafel en vermijd uitspraken als: ‘Dat neem ik niet, daar word ik te dik van.’

Te extreem, werkt vaak averechts. Zoek de middenweg.

Wil je liever geen snoep of koek eten, leg dan uit dat je overslaat omdat het niet zo gezond is voor je lichaam. Tegelijkertijd moet je ook niet doorslaan in de gezondheidshype van tegenwoordig.

Ik ken veel kinderen die thuis geen suiker mogen, omdat het niet gezond is. Vervolgens staan juist die kinderen bij de benzinepomp op de hoek stiekem zakken chips en snoep in te slaan. Te extreem, werkt vaak averechts. Zoek de middenweg.”

Eetstoornissen beïnvloeden veel meer dan alleen je gewicht. Ze gaan gepaard met stemmingswisselingen en allerlei gezondheidsproblemen. Vooral na een eetbui voel je je down en verslagen. Het is immers wéér misgegaan…

Als een kind denkt schuldig te zijn aan problemen van de ouders, heeft dat weer allerlei ingewikkelde emotionele consequenties.

Maar ook minder voor de hand liggende gevolgen spelen een rol. Hartritmestoornissen en tandproblemen bij veelvuldig braken bijvoorbeeld, of darmstoornissen bij langdurig gebruik van laxeermiddelen. Een eetstoornis haalt je naar beneden en maakt geen betere moeder van je, ook al lijd je in het geheim.

Hulp zoeken en beter worden, is vanzelfsprekend het beste wat je kunt doen voor je kinderen. Lagerwaard: “Ik pleit ervoor om de situatie bespreekbaar te maken en – afhankelijk van de leeftijd van het kind – uitleg te geven.

Extra belangrijk is om te benadrukken dat jouw gedrag niets te maken heeft met je kind. Als een kind denkt schuldig te zijn aan problemen van de ouders, heeft dat weer allerlei ingewikkelde emotionele consequenties.

Blijf niet worstelen in je eentje, maar zoek hulp en ondersteuning.

De kans is groot dat de kinderen allang voelden dat er iets niet in orde was, mogelijk maakten ze zich ook zorgen. Door open te zijn, laat je kinderen zien dat ze altijd met vragen en zorgen bij je terechtkunnen.

Heel belangrijk is dat je laat zien dat je hulp zoekt voor een probleem. Een waardevol voorbeeld, want we hebben allemaal af en toe hulp nodig. Eetproblemen – net zoals veel andere problemen – gaan nu eenmaal zelden ‘zomaar’ over. Blijf dus niet worstelen in je eentje, maar zoek hulp en ondersteuning. In mijn ervaring is herstel is in heel veel gevallen mogelijk.”