Een tijd lang werd afgeraden om naar Egypte op vakantie te gaan: te onveilig. Inmiddels staat het sein weer op groen. Hoofdredacteur Marije Veerman kan niet wachten om samen met haar gezin terug te keren naar Dahab, de plaats die twee jaar geleden onverwachts haar hart stal.

Een beetje onzeker kijken we elkaar aan. Na twee uur lang onder politie-escorte langs de Sinaïwoestijn te hebben gereden, zijn we aangekomen in Dahab, de plek die ik had uitgekozen voor onze mini-break.

Vanaf de bank had het nog een goed idee geleken. De resorts van Sharm el Sheikh klikte ik verveeld weg, totdat ik stuitte op dit plaatsje honderd kilometer ten zuiden van de toeristenfuik. Maar nu, terwijl de auto in het donker door verlaten stoffige straatjes en steegjes rijdt, begin ik toch te twijfelen. Waar heb ik mijn gezin nou weer naartoe gebracht?

Dan rijdt de auto aan het eind van nog zo’n steegje het strand op en stopt naast ons geboekte huisje. Het is alsof we een sprookje binnenrijden. De eigenaresse heeft de hele tuin bezaaid met lichtjes, en de tuinbank vol kussens en kleedjes nodigt direct uit om op neer te ploffen. Hier gaan we ons wel vermaken.

Hier is het hippiesfeertje nog echt, rauw, zonder het pretentieuze karakter van bijvoorbeeld Ibiza.

Wat later, als we over de boulevard naar het toeristische centrum slenteren, zie je het andere gezicht, dat van vergane glorie. Het ene lege hotel na het andere. In elk ander geval zou het misschien een trieste aanblik zijn geweest, maar gek genoeg is het dat hier dus niet.

Misschien komt het door de sfeer die er hangt. De vrolijkheid van de Egyptenaren, maar ook de energie van vernieuwing. Vlak voor de karkassen popt namelijk het ene na het andere tentje op. Hier is het hippiesfeertje nog echt, rauw, zonder het pretentieuze karakter van bijvoorbeeld Ibiza.

egypte hippie
Het hippie-sfeertje

De volgende dag zien we pas echt de vele gezichten die Dahab heeft. De steegjes van de vorige avond blijken ook nu het licht is smal en stoffig. Ze leiden naar het dorpje zelf, waar de inwoners elke ochtend hun boodschappen doen. Dit, precies hier, is het echte Egypte. Ik zie vrouwen met kinderen die nog levende kippen kopen en mannen die dobbelen onder een boom.

Die avond, eten we aan de boulevard in het toeristische centrum, bij een Egyptisch restaurant, en raken aan de praat met de eigenaar, die de kinderen tijdens ons gesprek volstopt met gratis toetjes en snoep. De mensen die hier leven van het toerisme, hebben het zwaar, vertelt hij. Al jaren mijden de massatoeristen alle bestemmingen buiten Sharm el Sheikh en Hurghada, wat Dahab als groeiende bestemming in de jaren 90 in één klap de das om heeft gedaan.

De die hard fans zijn wel gebleven; de werknomaden die hier een tweede huis hebben en komen om te overwinteren, maar ook duikers die de van origine duikbestemming zijn blijven bezoeken. Voor hem is het genoeg om te blijven bestaan, maar tientallen anderen hebben inmiddels de deuren moeten sluiten en proberen hun heil honderd kilometer hiervandaan te zoeken in Sharm.

Na een paar dagen zijn we compleet ingeburgerd. Overdag brengen we onze tijd vaak door bij ons huisje, waar de kinderen krabbetjes zoeken tussen de rotsen of snorkelen in de zee. Of we gaan met de taxi met pick-up naar een surfresort in de buurt. Daar is het strand mooier en de zee beter geschikt om te zwemmen en surfen.

Vaak lunchen we uitgebreid en luieren we op de kleden tot het tijd wordt om de waterpijp aan te steken. ’s Avonds, als het donker wordt, ploffen we met zijn allen op de buitenbank en zien de zon achter de bergen van de Sinaïwoestijn zakken, wat de lucht elke dag weer sprookjesachtig oranje kleurt.

Aan het eind van de week kan ik niet zeggen dat ik mij ooit na een vakantie zo uitgerust heb gevoeld.

Aan het eind van de week kan ik niet zeggen dat ik mij ooit na een vakantie zo uitgerust heb gevoeld. Zelfs zeven kleden door de douane krijgen, verloopt uiterst soepel. De laidback sfeer, het niets hoeven (want er is ook niet zo veel) en de energie die je dan toch weer krijgt van deze plek, van de aard van de mensen. De nieuwe kansen die ontstaan. Het heeft me in alles verrast.

Rest mij alleen nog te zeggen: hopelijk tot snel!

Dit is een verkorte versie van het reisverslag van Marije. Benieuwd naar het hele verhaal? Je leest het in fabulous mama | nummer 6-7 | 2018