Marije (44), Marco (47), hun zoon Mathies (9) en hond Mare zeilen al vier jaar rond de wereld. En dat klinkt net zo avontuurlijk en vrij als het is. ‘Golven trotseren, vis vangen, bijna een maand alleen maar oceaanwater zien en dan aankomen in het paradijs Frans-Polynesië. Dit is breaking the waves op zijn best.’

“Mathies, ga je mee naar het strand, spelen met de Kuna-kinderen?”, vraag ik ’s morgens, als ik hem volgens de homeschool-regels lesgegeven heb. We zijn met ons zeilschip Silverland in San Blas, een groep eilanden in de Caraïbische zee voor de kust van Panama.

Hier wonen de Kuna-indianen, een vredelievend volk, dat nog op traditionele wijze leeft. ze wonen in rieten hutjes, leven van de visvangst, de opbrengst van kokosnoten en het toerisme. Het is een schitterend gebied. Ook Mathies heeft het er erg naar zijn zin, met al die kinderen die allemaal voor hem nieuwe spelletjes doen. En spelenderwijs leert hij een boel, zoals de Spaanse taal.

Wat een bijzonder plaatje: een blond jongetje met twee indianen in een kano, en op de achtergrond een palmeneiland met wit zandstrand.

Vissen met indianen

Mathies kijkt op als ik hem vraag mee te gaan. “Ja goed, maar ik wil ook heel even bij die kano kijken of ze al veel gevangen hebben.” Ik vind het prima en met de dinghy, een klein bootje, varen we langs een kano met twee Kuna-indianen. Ik lach als ik Mathies druk gebarend met de indianen zie kletsen. Welk Nederlands jongetje van 8 praat er nou met een indiaan?

Binnen een paar seconden is hij de kano in gewipt en staat hij met een vis in zijn hand. Mathies vraagt of hij mag blijven vissen. Aangezien we al een paar weken in dit gebied zijn en ik de indianen van gezicht ken, durf ik Mathies bij hen achter te laten. Ik leg uit dat ik naar het eilandje ga om te kitesurfen.

De indiaan knikt, hij zal erlangs roeien als hij genoeg vis gevangen heeft. Ik kijk nog een keertje achterom, wat een bijzonder plaatje: een blond jongetje met twee indianen in een kano, en op de achtergrond een palmeneiland met wit zandstrand. Ik sla het op in mijn geheugen, want binnenkort verlaten we de Caraïbische zee; er wacht nog veel meer paradijselijks op ons.

Ons schip komt in de turbulentie terecht en zwenkt vervaarlijk uit naar de betonnen muur.

Verdronken dorpen

Het Panamakanaal maakt diepe indruk op Mathies. Hij maakt er na afloop nog wekenlang tekeningen van. Het bijzondere aan dit ruim tachtig kilometer lange kanaal is dat het schip als het ware over de berg- rug geheveld wordt door verschillende sluizen.

Het Gátunmeer in het midden van de kanaalpassage ligt 28 meter hoger dan de Caraïbische zee die we verlaten hebben en de Grote Oceaan waar we naartoe gaan. En om bij dit meer te komen, moeten we drie sluizen door. Bij de tweede sluis gaat het mis als er maar aan één kant water de sluis in gepompt wordt.

Ons schip komt in de turbulentie terecht en zwenkt vervaarlijk uit naar de betonnen muur. Na een paar zenuwslopende minuten ligt de boot weliswaar weer recht, maar zijn we behoorlijk geschrokken. Gelukkig gaat het in de derde sluis allemaal goed en komen we bij het meer. Het Gátunmeer is het zoetwaterreservoir dat de sluizen en Panama City van water voorziet.

Mathies heeft de tijd van zijn leven. Hij speelt met de visresten, helpt vis verkopen en komt vaak thuis met een gekregen verse moot tonijn.

Het heeft veertien jaar geduurd voor het meer zich gevuld had met regenwater. Hier overnachten we, boven verdronken dorpen in de diepte. Onze tocht de volgende dag is prachtig. We varen 42 kilometer dwars door de jungle en gaan daarna door de Culebrakloof, het smalste stuk van het kanaal, dat dwars door een berg is gegraven.

Na het meer komen nog twee keer drie sluizen. En gelukkig gaat ook daar alles goed. nadat we door het Panamakanaal zijn gevaren, zeilen we door naar Ecuador. Daar blijven we drie maanden, voor het jaarlijkse onderhoud van de boot. Dat heeft nog aardig wat voeten in aarde, want we moeten allerlei ingewikkelde procedures volgen voor we ons schip met grote shovels op een kar kunnen laten trekken.

Als we uiteindelijk met boot en al in de kustplaats Manta op de strandwerf staan, bevinden we ons pal naast de vismarkt. Mathies heeft de tijd van zijn leven. Hij speelt met de visresten, helpt vis verkopen en komt vaak thuis met een gekregen verse moot tonijn. Elke dag doet hij een schoon T-shirt aan en na een halfuur is hij één en al bloed en schubben.

Een andere leuke bijkomstigheid is dat er in het weekend veel kinderen op het strand zijn om mee te spelen. Mathies spreekt intussen beter Spaans dan wij en vermaakt zich prima in Ecuador. Wij ook, het is een prachtig land met ongelofelijk vriendelijke en positieve mensen.

Als we op een middag uitvaren om te zien of we er eentje kunnen spotten, tellen we er wel 24 in een paar uur.

Walvissen tellen

Wat surfen betreft, kom ik flink aan mijn trekken, en samen met Mathies ga ik vaak naar het strand. Al vind ik het surfen beslist leuker dan hij, als we allebei op een plank staan, verschijnt er ook een grote smile op Mathies’ gezicht. Een hoogtepunt in Ecuador is de trek van de walvissen langs de kust.

Als we op een middag uitvaren om te zien of we er eentje kunnen spotten, tellen we er wel 24 in een paar uur. Toch zijn we na 3 maanden zowel psychisch als boottechnisch helemaal klaar om te vertrekken: de grootste oversteek van de hele reis lonkt en we zijn ontzettend nieuwsgierig naar Frans-Polynesië!

Regelmatig roept hij trots: “Mooier zeilen dan dit gaan we niet meer krijgen!”

De grote oversteek

Vanuit Ecuador zeilen we in 26 dagen naar Gambier. Het is een overtocht met heel mooi zeilweer, veel gevangen vissen en zonder calamiteiten. In de afgelopen drieënhalf jaar heeft Marco zich ontpopt tot een ware schipper; hij zeilt de boot alsof hij nooit anders heeft gedaan. Regelmatig roept hij trots: “Mooier zeilen dan dit gaan we niet meer krijgen!”

Toch is het lang, 26 dagen op zee. Mathies geeft regelmatig aan dat hij “weleens even lekker zou willen racen”, of dat hij zich verveelt. Op een van die momenten zegt Marco voor de grap: “Waarom ga je niet wild-kamperen?” Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. Na een halfuurtje staat Mathies, onze happy camper, met zijn backpack voor onze neus.

Even later staat zijn tent en kampeert hij midden op de Pacific Ocean op het voordek. Hij houdt het dagenlang vol.

Hij gaat met een ‘tent’ op het voordek wildkamperen en heeft het tot in de puntjes uitgedacht: een deken, een stok, een matje, boeken en speelgoed, wat hapjes en drankjes. “Dag pap! Dag mam! Ik ga kamperen.”

Even later staat zijn tent en kampeert hij midden op de Pacific Ocean op het voordek. Hij houdt het dagenlang vol, het is zo’n grappig gezicht: hij ligt op zijn buik Donald Duckjes te lezen, al zijn eten wil hij in zijn tent opeten en Mare, onze hond, houdt hem gezelschap. Of zou hij haar stiekem hapjes voeren?

Schoolwerk doen we niet echt tijdens de oversteek, maar het is een mooi moment om de tafels nog eens extra te oefenen én te lezen. Mathies heeft een broertje dood aan de tafels, maar gelukkig vindt Marco deze keer de oplossing: ze schreeuwen de tafels keihard, en dat vindt Mathies wel geestig. En dan, na 26 dagen alleen maar blauw, zien we een stip aan de horizon: land in zicht!

De eilandengroep Gambier is onwaarschijnlijk mooi. Hier geen charterboten met toeristen, geen volle ankerbaaien of souvenirwinkels, maar ongerepte natuur en een enorme diversiteit aan begroeiing.

Het mooiste cadeau is dat mijn gezin al vier jaar zo close is.

Sprookjesbos met aardbeien

De dag na aankomst beklimmen Mathies en ik met Mare een steile berg. We lopen dwars door een sprookjesbos met wilde aardbeien, en boven op de berg hebben we uitzicht over het hele atol. na een paar dagen legt er een zwitserse boot met twee jongens aan; in no-time zijn Mathies en zij de beste vrienden.

Mathies kan zelfs Engels met de kinderen praten. Wanneer deze vriendjes na een tijdje weer vertrekken is Mathies natuurlijk verdrietig, maar enkele dagen daarna leert hij kinderen op de kant kennen, en al snel betrap ik hem erop dat hij Franse woorden gebruikt.

Als we later verder de Tuamotu eilandengroep in zeilen, speelt Mathies direct met de lokale kinderen en breidt zijn woordenschat zich elke dag uit. Ook Marco en ik worden onwaarschijnlijk vriendelijk ontvangen. En als we, om iets terug te doen, een etentje op ons schip organiseren, krijgen we schelpenkettingen en bloemenkransen en hebben de gasten verse vis bij zich.

Maar het mooiste cadeau is dat mijn gezin al vier jaar zo close is. Ondanks de strubbelingen rondom de homescholing – het kan best lastig zijn om Mathies te motiveren – genieten we enorm van elkaars gezelschap. En dat in deze prachtige omgeving.

Dit artikel verscheen eerder in fabulous mama | nummer 1 | 2018. Nooit meer iets missen? Abonneer je nu en profiteer van mooie aanbiedingen!