Beste Steven Pont,

Ik heb 2 zoons, een van 7 en een van 9. Ze kunnen prima met elkaar overweg en hebben dan ook zelden of nooit ruzie. De oudste is echter heel dominant en de jongste vindt alles wel prima. De oudste is aan tafel altijd aan het woord.

Hij bedoelt het niet verkeerd en heeft ook leuke verhalen maar de jongste komt bijna nooit aan het woord. We proberen de jongste extra aandacht te geven en vragen hem dan bijvoorbeeld of hij nog wat te vertellen heeft maar ook dan blijft hij vaak stil waarop de oudste weer het woord neemt.

M’n man vindt dat ik daar niet zo moeilijk over moet doen: ‘iedereen is zoals ie is en de jongste zijn tijd komt nog wel’. Ik heb echter het gevoel dat de jongste op deze manier een karakter ontwikkelt waarbij hij altijd maar zijn mond houd. Ik zou zo graag willen dat er wat meer uit zichzelf komt. Wie heeft gelijk?

Antwoord Steven Pont:

Jullie allebei. Je man heeft gelijk omdat dit het levenspad is dat je jongste zoon heeft te lopen. Hij heeft een enthousiaste broer en daar moet hij zich toe verhouden. Als het hem te veel wordt, zal hij dat echt wel laten merken.

Tot die tijd kun je ervoor zorgen dat je jongste andere momenten heeft om zijn verhaal te doen. Dat kan overal zijn, zolang zijn extravertere broer er maar niet bij is. En daarin heb jij gelijk; je jongste moet wel de mogelijkheid hebben om te vertellen wat er in hem omgaat. De eettafel is daar voor hem (nu) kennelijk niet de beste plek voor.

Als tussenvorm kun je aan tafel ook ‘een rondje’ maken met dezelfde vraag, bijvoorbeeld: waar moest je vandaag om lachten? Zo komt iedereen even aan de beurt en kan die zo lang laten duren als hij of zij zelf prettig vindt.

Steven Pont (52) is ontwikkelingspsycholoog en relatie-/gezinstherapeut. Met zijn vriendin Mick heeft hij twee zoons, Finn (12) en Rogi (11).