Slaak jij een zucht van verlichting nu de vakantie voorbij is en je kind weer naar de crèche of school gaat? Niks om je voor te schamen, vindt Eva. We houden zielsveel van ons grut, maar wees eerlijk: soms zijn ze onuitstaanbaar. Eva geeft een aantal tips om je dwarse peuter of kleuter te temmen.

Verpak nee als ja

Hoe vaak zeg je op een dag tegen je kind ‘Niet doen’ of ‘Nee’? Misschien best vaak. Dat is niet leuk en hoe vaker je je kind iets weigert, hoe minder effect het heeft. Verander daarom ‘niet doen’ in ‘wel doen’. Het kan echt en je kind zal een stuk liever naar je luisteren. Stel dat je peuter in de supermarkt een doos eieren in je karretje dreigt te smijten. Pak het doosje dan niet af terwijl je hysterisch ‘Niet doen!’ gilt, maar neem het doosje subtiel van je kind over en zeg: ‘Dankjewel voor je hulp en wil je ook de wc-rollen voor me zoeken?’ Zo ben je een driftbui voor. Als mijn dochter om speelgoed zeurde in de winkel, werkte het altijd uitstekend om geen ‘Nee’ te zeggen, maar: ‘Dit gaan we onthouden voor later’. Vaak maakte ik nog een foto van het betreffende knuffeldier of robothorloge ook, om aan te tonen dat ik het echt niet ging vergeten (wat ik vervolgens wel deed). Ik had geen ‘Nee’ gezegd, maar ook niks gekocht. Nog een goede tactiek: keuzes geven. Dus in plaats van ‘Je mag geen cola’ te zeggen, kun je vragen: ‘Wil je melk of jus d’orange?’ Volgens orthopedagoog Mariëlle Beckers hebben jonge kinderen behoefte aan een gevoel van autonomie. “Peuters en kleuters komen erachter dat er een hele wereld is buiten hun ouders om en die willen ze ontdekken. Zeg jij steeds ‘Nee’, dan strookt dat niet met die behoefte. Als je het anders aan kunt pakken, houdt dat de sfeer goed. Het kan zo simpel zijn als niet roepen ‘Nee, niet doen!’ maar: ‘Hé, wat ben jij nou aan het doen?’ Dat klinkt al heel anders. Het voordeel is dat je niet steeds boos hoeft te worden.”

Ik begrijp je

Oké, ik geef toe: ik voelde me af en toe een geitenwollensokken-moeder, maar wat het beste werkte bij woede-aanvallen was mijn dochters gevoel benoemen en erkennen. Ik weet nog dat ze een jaar of vier was en helemaal over de rooie ging. We kwamen thuis na een middagje speeltuin dat haar niet lang genoeg geduurd had. Ik wist dat het wel een uur kon duren voor zo’n huilbui voorbij was. Ik pakte haar vast en zei vol medeleven: “Je bent heel erg verdrietig dat we nu al weggingen, hè? Dat is echt stom, hè?” Meteen werd ze rustiger en snikte: “Ja.” En terwijl ik verderging met “Ik snap het, je had zo veel plezier. Dan is het ook vervelend als het voorbij is”, gebeurde er een wonder: ze kalmeerde volledig. Het werkte zo veel beter dan wanneer ik had gezegd dat ze nu eens op moest houden met huilen (want we waren er immers al een hele middag geweest en het ging onweren). Het had geen enkele zin om mijn kind met rede te proberen te overtuigen als ze in zo’n emo-bui zat. Deze aanpak werkte ook veel beter dan wanneer ik haar genegeerd had. Ik zág haar en snapte haar, dat had ze nodig. Die erkenning heeft bovendien nog een andere belangrijke functie, zegt orthopedagoog Mariëlle: “Je benoemt haar gevoel en daarmee leer je haar dat te verwoorden. Want tot een jaar of zes herkennen kinderen hun eigen emoties vaak nog niet. Ze hebben geen idee, die overspoelen ze. Daarom kunnen ze zomaar in huilen uitbarsten. Als jij het benoemt en ‘Je bent verdrietig’ zegt, help je je kind om haar eigen gevoel te leren herkennen.”

Pick your battles

Wat maakt het uit dat je kind z’n boterham in exact zestien stukjes gesneden wil (terwijl het gisteren nog acht stukjes moesten zijn)? En natuurlijk laat je je peuter altijd als eerste de trap op gaan. Dat is geen discussie waard. Maar ook grotere zaken kun je prima laten gaan of slechts kort benoemen. Strijden met een peuter of kleuter is nooit een goed idee, zegt orthopedagoog Mariëlle: “Probeer niet te winnen van je kind. Natuurlijk heb jij je regels en grenzen en moet er een consequentie zijn als die overschreden worden, maar dan heb ik het niet over straf. Zeggen dat je peuter iets niet mag aanraken en het weghalen is voldoende. Daarmee geef je aan ‘zo doen we het’ zonder een ‘omdat ik het zeg’ toe te voegen. Bepaal waar voor jou als ouder de grens ligt. Vind jij het prima dat je kind bij je in bed slaapt? Daar is niks mis mee. Uiteindelijk verhuist ie heus wel naar z’n eigen bed. Je verpest je kind niet zo snel. Kijk wat jij belangrijk vindt. Als mijn kind in een restaurant ging rondhangen bij andermans tafeltje, haalde ik hem op en legde uit dat dat niet mag. Keer op keer. Want ik vind dat zelf ook irritant. Maar gooide hij vervolgens per ongeluk een glas limonade om, dan zei ik even niets. Soms moet je iets laten gaan, van superconsequent zijn word je ook doodmoe.”

Laat je niet gek maken door anderen

We voelen allemaal ogen in onze rug prikken als ons kind in het gangpad van de supermarkt ligt te gillen. De grootste uitdaging voor elke ouder: je niks aantrekken van wat anderen van je opvoedkwaliteiten vinden. Soms lijkt het of je alleen als goede ouder wordt gezien als je streng bent en ‘de baas’ over je kind. Maar je kind is je werknemer niet. Kies je eigen koers. Meestal is dat juist niet je jonge kind streng toespreken bij een driftbui, want jij weet dat dat het alleen maar erger maakt. En het hoeft ook echt niet: je kind is op zo’n moment niet expres ongehoorzaam, hij heeft allemaal emoties die hij nog niet kan handelen. Je verpest je kind ook niet door wat vaker ‘ja’ te zeggen of niet altijd consequent te zijn. Kinderen hebben al zo weinig te zeggen over hun leven, het is helemaal niet gek om ze waar hom ze waar het kan de ruimte te geven om zelf iets te bepalen.

Tekst Eva de Munnik

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.