Als je kind naar school gaat, moet je er vroeg of laat aan geloven: speeldates. Zelfs het máken van zo’n afspraakje blijkt soms een hele opgave, ontdekte De schoolfabriek-auteur Eva Munnik. Inmiddels door de wol geverfd, deelt ze hier haar beste tips.

Er is die keer dat ik alleen op de bank Frozen zat te kijken met het vriendinnetje van mijn dochter Reza, terwijl de gastvrouw zelf boven op haar kamer een woedeaanval had, omdat ik het vriendinnetje eerst melk had gegeven en daarna Reza pas.

Dan is er die keer dat ik keihard: “Doe toch eens f*cking normaal” gilde, omdat Reza en een speelmaatje elkaar letterlijk te lijf gingen om wie er op de Space Scooter mocht. En het vriendinnetje bij het ophalen haar moeder vrolijk meedeelde dat ze een nieuw scheldwoord van mij geleerd had.

Maar eigenlijk zijn de speeldates zelf nog niet eens de grootste uitdaging. Waar me pas echt het zweet van uitbreekt, is wat eraan voorafgaat: het máken van zo’n speelafspraakje.

Ik wil bij dezen de Nobelprijs voor de Kindervrede uitreiken aan alle ouders die hun kind van school ophalen. Hierbij wat nare speeldate-situaties en hoe je ermee omgaat.

1. De ‘bij wie spelen we’-patstelling

Soms willen kleuters allebei liever in hun eigen huis. Of ze willen allebei bij de ander, want daar is onbekend speelgoed. Beste tactiek: houd het simpel en kort. Geef je kind kordaat een duidelijke keuze: “Vandaag ga jij bij Julia en de volgende keer komt Julia bij ons. Nee? Dan ga je lekker met mama mee naar huis en ga je een andere keer spelen.”

2. De ouder die jou als oppas gebruikt

Los van wat de kinderen willen of durven, zijn sommige ouders nogal dominant in de locatiekeuze. En niet altijd met de meest altruïstische motieven. Tactiek: wat mij betreft is het geven en nemen: je hoeft echt niet Fenna bij jou thuis te verwelkomen als jouw kind nooit eens bij Fenna kan.

Ken je zo’n ouder? En ben je het helemaal zat? Repeteer dan wat je de volgende keer gaat zeggen, zodat je het niet op dat drukke schoolplein hoeft te improviseren. “Hartstikke leuk, samen spelen, maar bij ons thuis komt het vandaag niet uit. Deze keer bij jullie?”

3. Jouw kind wordt gedumpt

En dan is er nog dat ‘steek in je hart’-moment: je kind vraagt enthousiast aan een klasgenootje: “Wil je spelen?”, en krijgt een keihard “Nee” als antwoord. Tactiek: maak er geen groot ding van, waarschijnlijk zit je zoon of dochter er zelf amper mee.

Zeg hoogstens: “Goh, dat is jammer”, om vervolgens zelf iets leuks met je kind te gaan doen. We beloven je dat ie de ‘afwijzing’ binnen een milliseconde is vergeten.

Dit is een verkorte versie van een artikel over speeldates dat eerder verscheen in fabulous mama | nummer 4 | 2018