We wonen nu een jaar in Liberia. Op een compound. Verschillende mensen in Nederland zeiden voor ons vertrek lacherig tegen ons: ‘Als jullie maar niet op zo’n compound hoeven te wonen.’ Maar dat leek mij nu juist wel leuk. Een beetje een woongroep-idee, je hebt allemaal je eigen huis en met elkaar vorm je een intiem, klein dorp. Op een plek waar kinderen naar hartenlust kunnen spelen, zonder dat er continu auto’s voorbij komen.

De organisatie waar mijn man voor werkt heeft het vanuit veiligheidsoogpunt verplicht gesteld op een compound te gaan wonen. Als je dit in Nederland van de buitenkant zou zien dan zou je denken dat het om een gevangenis gaat. Hoge muren met daarbovenop prikkeldraad gemonteerd of ingemetselde glasscherven. Via een zware, ijzeren gate laat de guard je binnen en er is 24 uur per dag beveiliging aanwezig.

Voor de kinderen is de compound een grote tuin, waar ze kunnen rennen en waar een pleintje is om te voetballen

Onze compound heeft een beetje de mediterraanse look, met wit/bruine huisjes en veel groen. Er groeien ananassen, kokosnoten, bananen en kruiden zoals moringa en munt. Ik geniet ervan om ’s ochtends met de wasmand onder de arm richting het gezamenlijke washok te gaan. Ik klets wat met de guard of knip een paar blaadjes voor een kop verse muntthee. Voor de kinderen is de compound een grote tuin, waar ze kunnen rennen en waar een pleintje is om te kunnen voetballen.

De compound is klein, met maar zes huisjes. We hebben de guards, de opziener en de tuinman inmiddels goed leren kennen en het is een komen en gaan tussen buren onderling. We hebben elkaars sleutel, we lenen spullen aan elkaar uit en met regelmaat ploffen we bij elkaar op de bank neer en zijn we zo een uur verder. Als ik de kids nergens op de compound kan vinden, dan kijk ik voor welke deur hun slippers staan om te weten bij wie ze binnen zitten.

Het is daarnaast ook een komen en gaan van de mensen uit de straat. Ze vullen hun jerrycans met water, draaien een wasje of douchen zich in het badkamertje van de opziener, die ook op de compound woont. Ik zie ze de opziener wel wat geld toeschuiven en het is waarschijnlijk ook niet de bedoeling dat de owner van de compound hier vanaf weet, maar ik kan het wel waarderen dat de mensen uit de buurt ook van wat faciliteiten gebruik kunnen maken.

Eenmaal binnen waan je je op een soort luxueus vakantiepark

Soms spelen er kinderen uit de straat bij ons binnen of zijn wij zelf buiten de gate te vinden. Onze compound ligt aan zo’n typisch Afrikaanse zandweg, met spelende kinderen op blote voeten, vrouwen die op een wasbord hun kleding staan te boenen en loslopende kippen en honden. Vooraan in de straat halen we geroosterde vis bij ‘het vrouwtje van de BBQ’ of we zitten bij het café naast onze compound. Dat overigens uit niet meer bestaat dan een buitenzitplaatsje met plastic stoeltjes en je kunt er alleen maar bier bestellen.

Het is bij ons vrij basic, meer dan die zes huisjes is het niet. Totaal anders dan bij sommige vrienden van ons. Neem Serah’s beste vriendinnetje bijvoorbeeld. Op het terrein van haar compound mogen we niet parkeren, want stel je voor dat er een bom in onze auto ligt. We moeten ons paspoort inleveren, krijgen een bezoekerspas en worden gescand doormiddel van een detectorpoortje.

We mogen alleen naar binnen als de ouders van dat vriendinnetje ons bij de poort ophalen, maar aangezien die compound zo groot is, is dat bijna tien minuten lopen. En dat allemaal voor een playdate van een paar uur! Eenmaal binnen waan je je op een soort luxueus vakantiepark, met zwembad, tennisbaan en zelfs een kleine indoor playground.

De appartementen zijn enorm en de meeste mensen daar hebben een fulltime housekeeper, een nanny en soms ook nog een kok. Voor veel mensen binnen de expatwereld is dit een normale gang van zaken. Wij houden het wat simpeler, met alleen een housekeeper voor twee ochtenden in de week. Maar ook dat vind ik al luxe, als ik bedenk dat ik in Nederland alles gewoon zelf deed.

Liberia is een van de armste landen ter wereld. Verwoest door een burgeroorlog en de klap van de ebolacrisis

Ik ben blij met mijn eigen mooie compound en dankbaar hoe wij ons leven hier mogen leven. Toch blijf ik het rare dingen vinden, die compounds. Liberia is een van de armste landen ter wereld. Verwoest door een veertien jaar durende burgeroorlog en daarna heeft het nog de klap van de ebolacrisis te verduren gehad.

In alles spat de armoede er vanaf en dan heb je tussendoor van die ommuurde prachtplekken staan. Natuurlijk begrijp ik dat het nodig is om op een compound te wonen, het is bewezen dat het in onze situatie ook echt niet veilig is om dat niet te doen, maar toch.

Het contrast is zo groot en we vragen ons iedere keer opnieuw af hoe we onze kinderen op een gezonde manier mee kunnen nemen in het leven buiten die veilige compound. Ik denk dat er tig expatkindjes zijn die vanuit de compound naar de internationale school worden gereden, of de beachclub, restaurant of welke expat hotspot dan ook en behalve vanuit het autoraam, geen enkele glimp opvangen van het echte Liberiaanse leven. Dat willen wij niet.

Expatwereldje oké, maar we leven in Liberia en daar willen we ook gewoon onderdeel van zijn. We gaan vaak lopend met ze over straat, naar de overvolle markt of het strand, waar ze tikkertje spelen met de kinderen daar.

We delen soms kleren en speelgoed uit aan de kinderen in de buurt of we laten ze geld geven aan bedelaars. Het zijn maar kleine dingen, maar door er daarnaast over te praten hopen we een mooie balans te creëren tussen het veilige leventje op de compound en het leven daarbuiten. Twee werelden, die beiden realiteit voor hen zijn.

MarijeMarije Elizabeth (37) is moeder van Serah (6) en Kaleb (4) en ze woont met haar gezin in Liberia, West-Afrika. Voor fabmama.nl schrijft ze over haar belevenissen als moeder in het buitenland. Op haar blog From Amsterdam to Africa kun je meer lezen over haar leven in Liberia.