Steffi Besselink

Steffi Besselink (31), getrouwd met haar Italiaanse partner (33), en moeder van baby Oliver, die in Amerika is geboren. Ze zijn pas verhuisd van Amerika naar Finland. In Amerika werkte Steffi met tienermoeders en gangs. Steffi is ook actief op Instagram.

Nu ben ik er een, een echte. Nu ben ik een moeder. Rond half acht s’ochtends (als ik geluk heb) kraait Oliver me wakker vanuit zijn slaapkamertje. Ik wacht een paar minuten. Soms krijg ik snooze-tijd.

Ik rol mezelf uit mijn bed. Ik gooi nog net geen glas water in mijn gezicht om wakker te blijven. Wekkers zijn voor watjes. Je hebt pas echt een wekker meegemaakt met een baby in huis.
In zijn bedje steekt Oliver blij zijn armpjes naar me uit. Hij graait en kraait de dikke grijze nevel van vermoeidheid uit mijn hoofd. De ochtendknuffels zijn goud.

Maar niet voor lang. We moeten opschieten. Want ik ben er zo één, zo’n moeder die laat is. Die zich naar de kinderopvang moet haasten. Snel een arm havermout er in en gaan met die banaan. Oliver laat het allemaal toe. Hij is er zo één. Zo’n kind met een haast-haast moeder die onderweg nog luiers moet halen. Dan leer je snel aanpassen.

Ik hang er maar een beetje bij en zeg af en toe dingen in het Engels tegen Oliver om iedereen te laten merken dat ik geen woord Fins versta.

Op het kinderdagverblijf wordt hij hartelijk onthaald. In het Fins. Ik hang er maar een beetje bij en zeg af en toe dingen in het Engels tegen Oliver om iedereen te laten merken dat ik geen woord Fins versta. Ik praat, normaal gesproken, te allen tijden alleen Nederlands met hem maar schaamte breekt wet.

Drie van de vier begeleiders spreken geen Engels. Die ene die wel Engels praat zie ik niet. Ik vraag naar de Engelse juffrouw, maar krijg een lang verhaal in het Fins terug. Ze kijkt naar Oliver en wil hem pakken, maar ik zie dat hij er nog niet klaar voor is. Hij is ziek geweest en heeft een minuutje nodig.

Ze staren me aan alsof ik uit de ruimte ben gevallen.

Voordat ze hem uit mijn handen kan trekken loop ik naar een andere juf van een andere klas, van wie ik weet dat ze wel Engels begrijpt. Even uitleggen dat Oliver misschien wel koorts kan krijgen. Je ziet ze kijken, ‘dat is er zo één. Zo’n moeder die haar kind niet los kan laten.’

Ik zet Oliver op de grond en pak wat speeltjes. Finse vriendjes uit zijn groep komen me helpen. Ze willen met hem spelen. Oliver raakt steeds meer geïnteresseerd en ik zet een paar stappen achteruit. Ze strelen zijn hand en zeggen op een heel zacht en lief toontje iets Fins tegen me. Ik antwoord in het Engels. Ze staren me aan alsof ik uit de ruimte ben gevallen.

Oliver en ik zijn nu niet de hele dag meer bij elkaar, maar we hebben ieder onze eigen levens.

Buiten staan andere moeders. Ze dragen moeders-kleding: warme jassen en lelijke regenlaarzen. Ik sta er tussen als de moeder van Oliver. Niet meer als student op het college, of als jongvolwassene tussen vol-volwassenen, maar als moeder van het kereltje dat zijn eigen leven leidt op het kinderdagverblijf. Ik probeer me te herinneren hoe ik me voelde als kind, als hoofdrol in mijn eigen leven, als ik mijn moeder zag die me dan van school haalde.

Oliver en ik zijn nu niet de hele dag meer bij elkaar, maar we hebben ieder onze eigen levens. Met eigen avonturen die we met papa aan de etenstafel delen. Ik zwaai iedereen gedag, niemand zwaait terug. Ik glimlach naar Oliver, naar zijn vriendjes en zijn begeleiders in het Fins, Engels, Nederlands en Italiaans, want ik ben er zo één: zo’n moeder als alle anderen.