Steffi Besselink

Steffi Besselink (31), getrouwd met haar Italiaanse partner (33), en moeder van baby Oliver, die in Amerika is geboren. Ze zijn pas verhuisd van Amerika naar Finland. In Amerika werkte Steffi met tienermoeders en gangs. Steffi is ook actief op Instagram.

Terwijl de temperaturen dalen met de snelheid van een inductiekookplaat en iedereen zich voorbereidt op de aankomende Finse ijstijd, begint mijn baby van tien maanden aan zijn puberteit. Alles is intens. Hij wil staan, kruipen, ontdekken, en het liefst al lopen maar de beentjes van het arme kind werken nog niet mee.

Emotioneel wil hij overal bij zijn, alles proeven, op pad, en is hij ongelooflijk ongeduldig als hij niet op elektriciteitskabels mag kauwen. Dan krijg ik niets minder dan gebalde vuisten en een schreeuw die niet onder doet aan het decibelmaximum van Lowlands. Met als kers op de taart een ‘mama-jij-begrijpt-mij-toch-niet-blik’ in zijn ogen die ik herken van toen ikzelf zestien jaar oud was.

Ik besluit ook maar mee te doen, maar dan op een lager volume. Rustig ‘aaah’ voor water, en zachtjes ‘oooh’ voor eten. Hij maakt er ‘eeeeeh’ van voor eten, of aandacht, of water, en ‘AAAAAH’ voor een vieze luier. Of nog meer eten. Of toch water. Nee, hij moet NU opgetild worden. We hebben de op-maat-gemaakte baby-encyclopedie nog niet helemaal onder controle.

Papa is zijn held. Zijn grootste speelmaatje.

Zijn mini-vingertjes steekt hij in andermans neuzen, ogen, in zijn mond, over je schoen en dan op een wang, het is hem om het even. Bal, mond en grond zijn nog niet onderverdeeld in categorieën. Tenminste, niet op basis van hygiëne.

Papa is zijn held. Zijn grootste speelmaatje. De afgelopen drie avonden was Andrea s ‘avonds weg voor werk. Op een donderdagavond komt hij om half tien s ‘avonds met een veel te luide “CIAO!” thuis. Uit Olivers kamer klinkt huilerig hikje.

“Ik ga wel! Hij heeft duidelijk zijn papa gemist”, zegt Andrea.
“Ja, dat denk ik ook. Als je hem wat water geeft dan slaapt hij wel weer”, antwoord ik.

Als een moederleeuw blijf ik loom liggen met mijn rug naar hem toe, maar het welpje springt op mijn rug, gaat op mijn hoofd zitten, trekt aan mijn haar, en duwt een voet in Andrea’s gezicht.

Enkele seconden later stapt Andrea onze slaapkamer in. Met een slaperige baby in zijn armen. “Oliver wil héél graag bij ons slapen, hè Oliver?” Ik zie de baby slaperig lachen en weet hoe laat het is. Dit wordt carnaval in ons bed vannacht.

Andrea legt de baby tussen ons in. Die blijft bijna twee hele seconden lang liggen, maar zit dan in een oogwenk rechtop. Als een moederleeuw blijf ik loom liggen met mijn rug naar hem toe, maar het welpje springt op mijn rug, gaat op mijn hoofd zitten, trekt aan mijn haar, en duwt een voet in Andrea’s gezicht.

Het kan hem geen bliksem schelen of het nacht is of overdag, een donderdag of een zaterdag.

We moeten stiekem lachen, wat Oliver aanzet om nog harder te springen. Na een aantal uur krijg ik iedereen in een diepe slaap, maar niet voor lang. Om vier uur word ik wakker. De jongens lachen en kraaien, springen en gillen. “Sorry!” zegt Andrea. “Ik werd wakker en eh..”
“Laat me raden,” zeg ik, “toen heb je hem per ongeluk wakker gemaakt?”

Oliver kraait van pret. Het kan hem geen bliksem schelen of het nacht is of overdag, een donderdag of een zaterdag. Hij slaapt het morgen wel bij. Volgende week begint zijn kinderdagopvang. Dus nu genieten we nog even samen van ons laatste nachtje zomerkamp in huis. Omdat de winter om de hoek staat. En omdat we, zelfs na een dodelijke dag vol puberaal geschreeuw, alleen maar verliefd kunnen zijn op dit spontane bundeltje vrolijkheid.