Een van de weinige tripjes die je hier in Liberia kunt maken is kamperen op het strand van het vissersplaatsje Robertsport. Toen wij hier aankwamen hadden de kids nog nooit gekampeerd, dus als we het dan gingen doen, dan meteen goed: we gingen wildkamperen! Geen washokjes, stromend water of elektriciteit. Back to basic.

Na bijna drie uur rijden, waarvan de helft hobbeldebobbelen, reden we het parelwitte strand op. Serah en haar vader sprongen enthousiast de auto uit. Alles wat anders en nieuw is lijken zij leuk te vinden. Ik heb wat langer tijd nodig om te wennen, net als Kaleb. Hij jammerde na tien minuten al dat hij naar huis wilde; kamperen was zó stom en hij wilde het nóóit meer doen.

Voordat de man, binnen een handomdraai, onze spiksplinternieuwe koepeltentjes had opgezet, zat Serah allang bovenin een boom. Ik liep onwennig heen en weer met de luchtbedden en de geleende koelbox, Kaleb hangend aan mijn been.

Spullen, speelgoed, snacks; het liep door elkaar heen alsof we een commune waren. Het was een grote kampeerchaos.

De boom was onze wc en tanden poetsen deden we met een flesje water achter de landcruiser. We waren samen met drie andere gezinnen en de kinderen gingen alle kanten op, samen met hordes kinderen uit het dorp. Spullen, speelgoed, snacks; het liep door elkaar heen alsof we een commune waren. Het was een grote kampeerchaos.

Nadat de boel stond en we een rondje maakten, begreep ik waarom we hier waren. Wat een prachtplek! Het deed me denken aan de film Madagaskar, daar waar Alex de leeuw en zijn dierenvrienden in een houten kist het strand opspoelen.

Ik weet, het is een animatiefilm, maar iedere keer wanneer ik deze scene zag, dacht ik bij mezelf: naar zo’n plekje wil ik toe. En hier was ik dan, met dezelfde soort hoge bomen, tropisch groen en helderblauwe zee.

Een aantal jonge gasten uit het dorp had een vis voor ons gevangen, die ze ter plekke gingen schoonmaken, ontleden en bakken.

De schemer viel in en we deden een poging om alle kinderen te verzamelen om ze in te sprayen tegen (malaria)muggen. Een aantal jonge gasten uit het dorp had een vis voor ons gevangen, die ze ter plekke gingen schoonmaken, ontleden en bakken.

Het leuke is dat de mensen in Robertsport ook wat aan de kampeerders hebben. Je betaalt ze een bedrag om daar te kunnen staan, voor de vis en ’s nachts zitten er een aantal van die gasten bij je tent om de boel te bewaken.

Ze doen dit heel zorgvuldig, ze willen het imago van Robertsport als kampeerplek graag hoog houden. Ze verdienen hier bovengemiddeld aan, wat natuurlijk fijn is in een land waar minstens 85% van de bevolking werkloos is.

Om tien uur was alles stil. Je hoorde alleen nog het ruisen van de zee.

’s Avond hadden we een kampvuur. Zaten we daar met ons biertje onder de sterrenhemel. Even zo’n geluksmomentje. Alle kinderen zaten heel schattig op een rijtje om het kampvuur, te moe om zich nog te bewegen.

Om tien uur was alles stil. Je hoorde alleen nog het ruisen van de zee.
De volgende morgen keek ik vanuit mijn tent naar Kaleb, die in zijn pyjama aan het spelen was met een jongetje uit het dorp. Hij zag me kijken: ‘Mama, kamperen is zó leuk!’

MarijeMarije Elizabeth (37) is moeder van Serah (6) en Kaleb (4) en ze woont met haar gezin in Liberia, West-Afrika. Voor fabmama.nl schrijft ze over haar belevenissen als moeder in het buitenland. Op haar blog From Amsterdam to Africa kun je meer lezen over haar leven in Liberia.