Henk van Straten (36) is schrijver, journalist en columnist. Hij is gescheiden en vader van Diek (11) en Tobias (7).

Er is een kentering gaande. Vorig jaar werd ik thuis gefilmd en geïnterviewd voor De roze dolk, een documentaireserie waarin de zwangere maakster met mensen praatte over baren, het hebben van kinderen en ouderschap, en nu eens een keer met mensen die níét alleen maar mooi weer speelden (vandaar dolk in de titel). Zelf vond ze haar zwangerschap tot dusver namelijk helemaal niet zo’n feest.

Na de uitzending van de aflevering waarin ik had verteld over mijn alleenstaande vaderschap, en waarin je mijn jongens en mij voor de tv friet zag eten, kreeg ik veel reacties op social media. Vooral op één stukje sloegen kijkers aan: in mijn smalle keukentje vertelde ik over een theorie die stelt dat een kind het beste ouders kan hebben die op een schaal van één tot tien een zes of een zeven scoren.

Een één is dan een alcoholistische ouder die slaat en meestal de deur uit is, en een tien is een ouder die altijd aandacht heeft, altijd kalm is, nooit de controle verliest en steevast door de knieën zakt wanneer er met het kind wordt gesproken.

De eis van perfectie aan ouders maakt moedeloos, simpelweg omdat het voor de meesten onhaalbaar is

Het zit zo. Allebei die uitersten zijn voor een kind niet goed. (Toegegeven, misschien is de score van een één nog net iets schadelijker dan de score van een tien.) Een zesje of een zeven is het beste, omdat het kind dan ziet dat je ook maar een mens bent, feilbaar en zonder eindeloze energie, soms opportunistisch en oneerlijk, soms ten einde raad. Ook dat moet een kind leren, als hij de wereld en zijn of haar eigen menszijn wil begrijpen.

De reacties die ik kreeg waren uitingen van opluchting. De eis van perfectie – al dan niet gesteld door de ouders zelf – maakt namelijk moedeloos, simpelweg omdat het voor de meesten onhaalbaar is. En als het je dan niet lukt, geef je jezelf op je donder, wat alleen maar meer stress veroorzaakt.

Die andere, minder perfecte kant van het ouderschap lijkt steeds verder uit de taboesfeer te komen. Van de Vlaamse schrijver Saskia de Coster verscheen recentelijk de roman Nachtouders, een boek waarin ze openlijk schrijft over haar twijfels als ouder.

Wankelend ouderschap is taboe, zegt ze in interviews, en ze wil dat doorbreken. Ze startte zelfs een social media actie waarbij ze aan bekende mensen opbiechtingen ontlokte over hun – bij vlagen – falende ouderschap. De citaten verschenen op Twitter en Instagram.

Het stellen van te hoge eisen aan het ouderschap zorgt alleen maar voor lage eigendunk en een knagend gevoel van falen

‘Ik voel me een slechte ouder wanneer ik emotioneel tekortschiet, als mijn dochter haar zielenroerselen met me deelt en ik niet weet wat ik moet doen of zeggen.’ Dat zei bijvoorbeeld Helmut Lotti.

Of cabaretier Wim Helsen: ‘Ik voel mij een slechte ouder wanneer ik ondanks beloftes verberg dat ik rook voor mijn kinderen, betrapt word, en daarna hun teleurstelling probeer weg te masseren door de zot uit te hangen.’

Kortom: een goede trend. Het stellen van te hoge eisen aan het ouderschap zorgt alleen maar voor lage eigendunk en een knagend gevoel van falen. Juist daardoor word je kribbig en defaitistisch, en dat zul je hoe dan ook afreageren op je kinderen. En dan wordt het nog lastig een voldoende te halen.

Deze column verscheen eerder in fabulous mama | nummer 3 | 2019. Nooit meer iets missen? Abonneer je nu en profiteer van mooie kortingsacties.