“Papa, van wie houd je eigenlijk het meest, van Finn of van mij? En je mag niet zeggen van allebei evenveel.” Twee paar ogen kijken mij verwachtingsvol aan.

Hoe ga ik me hieruit redden, want een favoriet kind heb ik niet en toch wil ik de vraag niet zo flauw beantwoorden. Mijn hersenen draaien op volle toeren. En dan weet ik het.

“Ik heb inderdaad wel favorieten”, zeg ik. De spanning in hun ogen stijgt. Hij zal toch niet…

“Finn”, zeg ik, “jij bent mijn favoriete oudste zoon en Rogi, jij veruit mijn favoriete jongste zoon.”

En tot de dag van vandaag zeg ik dat soms nog tegen ze, bijvoorbeeld als ze uit school komen of ’s morgens naar beneden stommelen.

“Ha, mijn favoriete oudste zoon is weer thuis!”, zeg ik dan, of: “Ha, mijn favoriete jongste zoon is wakker!”

En ik kan me vergissen, maar ik denk toch dat ze het stiekem leuk vinden om dat te horen.

Steven Pont (52) is ontwikkelingspsycholoog en relatie-/gezinstherapeut. Met zijn vriendin Mick heeft hij twee zoon, Finn (12) en Rogi (11). Elke maand deelt hij in fabulous mama een persoonlijk verhaal en beantwoordt hij brieven van bezorgde lezeressen in de rubriek Brieven aan Steven Pont