Henk van Straten (36) is schrijver, journalist en columnist. Hij is gescheiden en vader van Diek (11) en Tobias (7).

Er zijn hier in huis de laatste tijd steeds meer gesloten deuren. De wc-deur is vaker dicht, de badkamerdeur is vaker dicht, de slaapkamerdeuren zijn vaker dicht. Of nou ja, van de slaapkamerdeuren eigenlijk alleen die van mijn oudste zoon, die in april 12 wordt.

Ook de gesloten wc- en badkamerdeuren zijn voornamelijk aan hem toe te schrijven. (Niet alleen aan hem. Sinds ik een vriendin heb, en zij hier vaker is, draagt ook zij bij aan de toename van gesloten deuren, al heeft dat wel ook weer te maken met mijn zoons, die anders zomaar bij haar binnenlopen.)

Als je als vader niet weet wat er zich afspeelt achter een gesloten deur, weet je ook niet of je moet ingrijpen.

Meer gesloten deuren in huis betekent meer geslotenheid. Meer geheimzinnigheid, ook. Als je ergens niet naar binnen kunt kijken, dan weet je ook niet wat zich er afspeelt. Logisch. Het is wennen. Als je als vader niet weet wat er zich afspeelt achter een gesloten deur, weet je ook niet of je moet ingrijpen.

Bovendien zie je je kind minder, wat betekent dat jij en je kind minder tijd samen doorbrengen, wat betekent dat er sprake is van verwijdering, wat betekent dat je uit elkaar groeit, wat betekent dat je afscheid moet nemen.

Wanneer is iets eigenlijk niet langer onschuldig, maar zorgwekkend?

Het klinkt wat dramatisch, dat geef ik toe. Afscheid nemen. Toch is het zo. Je neemt afscheid van je kleine kind, van het kind dat zo dicht bij je stond dat er in wezen géén afstand was. Van dat kind neem je afscheid. En vanaf dat moment, besef je, blijf je afscheid nemen. Hun autonomie neemt toe, en dus de verwijdering.

Gesloten deuren brengen nieuwe dilemma’s met zich mee. Want wat gebeurt er achter die deuren? Zijn het onschuldige dingen die er nu eenmaal bij horen? Of speelt er zich iets af dat zorgwekkend is? En wanneer is iets eigenlijk niet langer onschuldig, maar zorgwekkend? Kan ik hem misschien ergens mee helpen? Betreft het dingen die ik ook heb moeten leren, en waar ik graag hulp bij had gehad? Of moet iedereen die dingen zelf ontdekken?

De deken was om zijn nek gewikkeld, dat had ik niet gezien, en dus, nadat ik eraan had getrokken, had hij een flinke rode striem.

God weet dat er bij mij, vroeger, op een gegeven moment wel iemand een keer onuitgenodigd de kamer had mogen binnenkomen. Iemand die had kunnen ingrijpen. Mijn leven was dan misschien heel anders verlopen.

En hoe zit het eigenlijk met hun privacy? In een stukje schreef ik ooit eens hoe ik de deken van mijn jongste zoon aftrok, toen hij ’s ochtends na meerdere waarschuwingen nog steeds niet uit bed wilde komen. De deken was om zijn nek gewikkeld, dat had ik niet gezien, en dus, nadat ik eraan had getrokken, had hij een flinke rode striem.

Onder mijn lezers waren er enkele zeer verontwaardigde mensen. Ik was een bruut geweest, vonden ze, en daarbij had ik zijn privacy moeten respecteren. Laatst vroeg ik het aan mijn zoons. “Moet ik jullie privacy meer respecteren?” Ongeveer één seconde haalden ze hun blik van de game die ze aan het spelen waren. Hun antwoord was, vanzelfsprekend, ja.

Deze column is eerder verschenen in fabulous mama | nummer 1-2 | 2019. Nooit meer iets missen? Bekijk hier onze voordelige abonnementen.