Ik zie haar staan langs het voetbalveld. Haar donkere haren net geföhnd, haar lippen vol met lipgloss. Ze draagt een dikke jas, waarschijnlijk omdat het nog vroeg is en de dauw nog in de lucht zit. De wind is hard en koud voor de tijd van het jaar. Ze heeft dat beter bekeken dan ik.

Ik ril. Probeer mijn leren jasje tevergeefs iets strakker om mij heen te trekken. Waarom gaat dat stomme ding ook niet dicht? De wedstrijd begint.

En dan begint ze dus met roepen. Zomaar uit het niets. Dingen als “Godverdomme, scheids, wat is dat nou?”

Ik wil nog een opmerking maken over haar inzicht, met de dikke jas. Als voetbalmoeders onder elkaar, maar ze is inmiddels in gesprek en ik slik mijn woorden in. Ze zou me waarschijnlijk toch niet horen. Ik zie dat ze haar handen in haar zakken steekt en de kraag van haar jas omhoogzet. Shit, had ik die ook maar.

En dan begint ze dus met roepen. Zomaar uit het niets. Dingen als “Godverdomme, scheids, wat is dat nou?” en: “Kom op, jongens, druk zetten!” In haar ogen is ineens een verbeten blik verschenen die ik daarnet nog niet zag.

Als de wedstrijd een kwartier bezig is en de bal in de buurt van de goal van de tegenstander komt, roept ze zo hard dat haar stem overslaat en haar gejoel een mix wordt van enthousiasme en pure hysterie. Ik doe een stapje opzij. Alsof mijn lichaam zich onbewust wil distantiëren van wat zich naast mij afspeelt.

Ze balt haar vuist en is zichtbaar boos na een overtreding. “Schop ze onderuit!”

Ze blijft roepen, schreeuwen, stampvoeten. “Schop ze onderuit!” Ze balt haar vuist en is zichtbaar boos na een overtreding. Het groepje ouders om haar heen begint ook mee te doen. “Gewoon terugschoppen, Sem”, gillen ze nu met zijn vieren.

Ik merk dat ik mij begin te ergeren. Ik kan er niets aan doen, het is groter dan mezelf. Langzaam vormt zich een vuurballetje in mijn buik. “Kom op, jongens. Die bal moet erin.” Is dat mijn stem die ik hoor?

Dan wordt mijn zoon voor onze neus neergeschoffeld door de hare. Hij kermt van de pijn. “Goed zo, Sem”, zegt ze. “Hij deed het ook.” “Nou, lekker voorbeeld ben jij.” Het is eruit voor ik er erg in heb.

Als de twee keer vijfentwintig minuten voorbij zijn en het fluitsignaal heeft geklonken, haalt ze haar schouders op, stift haar lippen bij en loopt met een arm om haar zoontje naar de kleedkamers. Op naar volgende week.

Marije

Deze editorial staat in fabulous mama | nummer 5 | 2018