Carmen (41): ‘Eigenlijk paste het niet, een derde kind. We hebben een huis met drie slaapkamers; die waren al bezet. Maar ik kreeg een gevoel van jaloezie als ik andere vrouwen zag, mijn gezin was nog niet compleet. Vanaf het moment dat we onze tweede zoon kregen, wist ik dat ik graag een dochter wilde. Mijn man Wout ook. Daar hebben we veel over gesproken, want wilden we een derde kind of wilden we een meisje?

Al snel waren we eruit: een derde kind was welkom. Als het een meisje zou worden, zouden we dat heel mooi vinden, maar nog een jongen was ook prima. We hadden deze beslissing nog maar net genomen, toen ik al over tijd bleek te zijn. Helaas eindigde deze zwangerschap met tien weken in een miskraam. Heel verdrietig, maar voor ons stond nu wel echt vast: we gaan ervoor!

Na drie maanden was ik opnieuw zwanger, toch was ik nu minder onbevangen. Maar het hartje klopte en de nekplooi bleek goed te zijn. Toch durfde ik nog niet te genieten, pas als ik alle testen achter de rug zou hebben, hield ik me voor, dan kon het genieten van deze zwangerschap beginnen. Achterna is het makkelijk praten, natuurlijk, maar ik wist meteen dat er iets niet goed was, dat had ik de hele zwangerschap al. Uiteindelijk bleek uit de test dat wij een kans van 1 op 25 hadden op een kind met het syndroom van Down.

De volgende dag zaten we bij de gynaecoloog voor een vlokkentest. De uitslag daarvan laat vijf dagen op zich wachten. Natuurlijk net op een moment dat Wout de deur uit was, kreeg ik een telefoontje: ‘Het is niet goed.’ Mijn leven stortte in. Wij hebben veel steun gekregen van mensen om ons heen. Alleen zijn er maar een paar die echt wisten was er met ons kind aan de hand was. Tegen andere bleven we vager, ik had geen zin in discussies. We zeiden dat ons kind niet goed was en de zwangerschap afgebroken moest worden. Dat was voor ons direct duidelijk. Wout en ik hadden al eerder met elkaar besproken wat we zouden doen wanneer ons kind down zou hebben. Het ging ons dan niet alleen om onszelf, maar ook om onze andere kinderen. Daarnaast lijkt het leven met een kind met down me ontzettend zwaar.

Toen we de volgende dag bij de gynaecoloog zaten, vroeg Wout of ik nog wilde weten wat het geslacht was. Het was een meisje. Mijn verdriet verdubbelde, maar toch voelde ik ook iets van trots: toch een dochter, onze dochter. Zo voelde dat echt. Ik kon kiezen voor een pil die de weeën zou opwekken of voor een curettage. We hebben even koffiegedronken en erover nagedacht. Ik wilde geen bevallingstoestand, dus kozen we voor curettage. Al meteen de volgende dag kon ik voor deze behandeling terugkomen.

Die laatste nacht heb ik heel bewust bij het kind in mijn buik stilgestaan. Nu leefde het nog en ik zou ervoor zorgen dat dat de volgende dag zou stoppen… Achteraf is het misschien goed geweest dat het zo snel is gegaan. Al met al waren dit acht dagen uit ons leven; vanaf het moment dat we de eerste uitslag kregen, tot en met het laten weghalen van de baby. Maar de curettage was een vreselijke ervaring. Ik was helemaal bij en al was ik verdoofd, ik voelde dat de gynaecoloog stukken uit mij trok en dingen ik een prullenbak gooide. Shakend en hyperventilerend lag ik daar… Ik heb me heel lang verdrietig gevoeld. Nu snap ik waarom sommige mensen abortus moord vinden. Het is een heel heftige ervaring.’

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.