Toen Kim (40) en Joost (40) het ivf-traject in gingen, wisten ze nog niet hoe hobbelig en lang deze weg zou zijn. Allebei vertellen ze hoe ze dit ervaren hebben. In dit verhaal lees je de ervaring van Joost: ‘We kochten voor een godsvermogen zwangerschapstesten.’

Mijn grootste angst was dat hij nog zou leven als hij ter wereld kwam. Dat hij geluid zou maken en dat ik dat geluid nooit meer zou kunnen vergeten.

Als je dolgraag een kind wilt, en het maar niet lukt, ga je op een gegeven moment heel ver. Na een moeizaam ivf-traject en een doodgeboren kindje, werden Kim en ik obstinaat. Zij las alles wat er over zwanger worden te lezen was, in boeken en op internetfora.

Ik raakte ook geobsedeerd door het aantal spermacellen dat ik produceerde. Naarmate we bewuster leefden, nam dat aantal toe. Het helpt dus echt, dacht ik. Dat het allemaal zinloos was omdat het bevruchte eitje toch niet bleef zitten, wisten we toen nog niet.

Toen Kim en ik trouwden, waren we al aan het proberen om een kind te krijgen, maar nog zonder succes. Toen bleek dat Kim een afwijkende baarmoeder had en ook nog eens een afgesloten eierstok, begrepen we waarom het niet vanzelf ging. Dat was jammer, maar het positieve was dat we meteen de ivf-molen in gingen. Gewoonlijk doorloop je een heel traject, waarbij ivf min of meer een eindstation is. Ik maakte me geen enkele zorgen.

Die eerste keer dat ik zaadcellen moest leveren, weet ik nog heel goed. Ik kreeg een piepklein hulsje mee. Dat wordt lastig mikken, dacht ik nog. Onder mijn jas om het warm te houden, ben ik ermee naar het ziekenhuis gefietst. Ik hoor nog de dame in de wachtkamer die het in ontvangst nam. Ze hield het potje omhoog en galmde: ‘Is dit alles?’ Dat moest dus opnieuw.

Ik heb in die jaren heel wat kleine kamertjes in ziekenhuizen gezien. Met stapels dvd’s, met skai beklede banken en gezang van de schoonmaker in de ruimte ernaast. Gelukkig was er met mijn zaad niets mis.

Kim was na de tweede terugplaatsing zwanger. Pure blijdschap, voelde ik. Toen Kim op onze laatste vakantiedag in Curaçao zei dat ze tweemaal in haar broek had geplast, vroeg ik: ‘Is het niet je vruchtwater?’ Ik zag haar ogen groot worden van angst.

Dit ging mis, wist ik instinctief en helaas bevestigde de arts dat. Dit kindje had geen kans van leven.

In de wachtkamer van de kliniek waar we heen gesneld waren, verloor Kim bloed. Dit ging mis, wist ik instinctief en helaas bevestigde de arts dat. Dit kindje had geen kans van leven. Maar het moest wel geboren worden. Kim moest gewoon bevallen. Ik was zielsgelukkig geweest, maar plotseling werd alles inktzwart. Ik vond het verschrikkelijk, voor mezelf, maar ook voor Kim. Na alles wat zij had moeten doorstaan, gebeurde dit. Erger kon niet.

Mijn grootste angst was dat het jongetje nog zou leven als hij ter wereld kwam. Ik was bang dat hij geluid zou maken en dat ik dat geluid nooit meer zou kunnen vergeten, dat het mij zou gaan achtervolgen. Maar Fender leefde niet meer toen hij ter wereld kwam. Hij was doodstil.

Mijn moeder was er binnen 24 uur. We werden enorm gesteund door familie en vrienden. Maar ik voelde me een zombie. We wilden Fender mee naar huis nemen, maar dat bleek niet zo eenvoudig. Om hem mee te kunnen nemen, moesten we hem op Curaçao laten cremeren.

Hoewel we het zeker nog niet opgaven, dachten we wel na over wat we zouden doen als het niet zou lukken. Het woord adoptie viel, en omdat die procedure jarenlang kan duren, meldden we ons alvast aan. Vooral Kim wilde zo graag dat het niet nodig zou zijn. Ze had een sterk soort oergevoel. Dat kwam erop neer dat een vrouw nu eenmaal op aarde is om kinderen voort te brengen. Ik begreep haar direct, zo simpel is het soms.

Na het voorstel om na te denken over eiceldonatie, wist ik zeker: ik wil een kindje adopteren.

Via een internetforum kwamen we terecht in België, bij een geweldige arts. Helaas volgden verschillende miskramen. De periodes dat we moesten wachten of het nu wél zou lukken, werden steeds meer een kwelling. We kochten voor een godsvermogen zwangerschapstesten om steeds weer te testen of Kim al zwanger was.

Zij was er inmiddels slecht aan toe. De hormonen, de zwangerschappen, het wachten en de miskramen, het trok een enorme wissel op haar, fysiek en mentaal. En eigenlijk op alles in ons leven. We werden zombies, waarbij het voelde als: ‘wij tweeën tegen de zwangere en kindrijke wereld’.

Ik ben een enorm sociale jongen, maar keerde in mijzelf. Ik had het gevoel dat toch niemand mij begreep. Het heeft mij vriendschappen gekost.

Langzaamaan werden de resultaten in het ivf-proces steeds slechter. Kim was op. Na het voorstel om na te denken over eiceldonatie, wist ik zeker: ik wil een kindje adopteren. Kim vond het eerst nog lastig, ze had het gevoel dat ze als vrouw had gefaald, maar ze ging er ook vrij snel in mee.

Vanaf het eerste moment dat ik hem zag, was hij het allerbelangrijkste in mijn leven.

We richten ons op een kind uit Oost-Europa, omdat hij dan het meest op ons zou lijken. Het werd uiteindelijk Andras. Vanaf het eerste moment dat ik hem zag, was hij het allerbelangrijkste in mijn leven. Ik voelde alleen maar liefde, in alle vezels van mijn lichaam. Maar Kim had het zwaar, zij kwam in diezelfde periode eindelijk toe aan verwerken.

De schok was groot toen Kim drie jaar nadat Andras gekomen was, zwanger bleek. Het was verwarrend en angstig. Ik wilde het eigenlijk niet meer. We hadden met de adoptie van Andras zo’n geluk gehad. Hij was ons kind, niets mocht ertoe leiden dat hij er last van zou hebben. Of dat hij misschien zou denken dat een ander kind meer van ons was dan hij.

Na 17 weken werd Zeus geboren; ook hij leefde niet meer. Dat we nu eindelijk wisten wat de reden was dat Kim geen zwangerschap uit kon dragen en dat ze dit ook nooit zou kunnen, gaf ons op een of andere manier rust. Alsof we hierdoor de bevestiging kregen dat Andras voorbestemd was om bij ons te komen. Hij is het die alle pijn, verdriet, moeite en frustratie, waarde heeft gegeven. Het is niet voor niets geweest.”

Fabulous mama altijd als eerste op je deurmat? Bekijk de voordelige abonnementen >>