Iris (39) had geen man, maar wel een kinderwens. Ze trok de stoute schoenen aan en ging op zoek naar een donor. De klusman die bij de overburen op een steiger stond, bleek uiteindelijk de beste optie…

“Gezond, lief, sterk en behulpzaam. Dat waren zo’n beetje mijn zoekcriteria voor een donor. Ik was 33, al jaren single en mijn biologische klok begon te tikken. Vanaf je dertigste neemt de kwaliteit van eitjes exponentieel af en daarbij wilde ik niet al te oud moeder worden. Maar om nou met iemand een relatie te beginnen enkel en alleen om zwanger te worden? Nou nee, dan regelde ik het liever zelf…

Mijn eerste stappen in de zoektocht naar een donor liepen via de medische wetenschap. Kunstmatige inseminatie. Ik kreeg het zelfs vergoed, dus ik dacht: why not? Ik ben er meer dan een jaar mee in de weer geweest. Ik had zaad uitgekozen van een Deense student en begon vol goede moed. Maar het werd een slopend, klinisch traject vol hormonale instabiliteit, hoop en teleurstelling.

Na drie rondes gaf ik het op. Ik heb nog nooit zo veel gehuild als in dat jaar, en dat alleen al leek me geen goede start van het moederschap. Het hoefde heus niet helemaal vanzelf te gaan, maar het moest wel een beetje natuurlijk voelen.

Een andere optie die ik onderzocht heb, was adoptie. Maar ook dit bleek – als single vrouw – een pad vol ingewikkelde procedures, eindeloze bureaucratie en heel veel bemoeienissen. Ik geloof in het lot. En dat mag je wel een handje helpen, maar forceren hoeft nou ook weer niet. Ik wilde dan misschien moeder worden op onconventionele wijze, het moest toch een beetje meant to be zijn en goed voelen. Het ging tenslotte om mijn toekomstige kind!

Zo kwam ik op het idee om ‘gewoon’ een leuke, aardige man te vinden die zogezegd zijn dotje wilde doen en verder niks, no strings attached… Hij moest natuurlijk wel enigszins aantrekkelijk zijn, want er moest ook gesekst worden. Maar dat zou wel loslopen, dacht ik… Helaas bleek het lastiger te zijn dan ik dacht. Ik startte mijn zoektocht via via.

Ik kreeg ook daadwerkelijk mannen aangedragen, en ben op vier dates geweest met potentiële zaaddonoren.

In mijn vrienden- en kennissenkring liet ik vallen dat ik een man zocht voor vrijblijvend donorschap. De meesten wisten al van mijn mislukte pogingen met kunstmatige inseminatie en reageerden heel positief. Zelfs collega’s dachten met me mee. Ik kreeg ook daadwerkelijk mannen aangedragen, en ben op vier dates geweest met potentiële zaaddonoren.

Maar als ik dan tegenover zo’n man in het café zat, dacht ik na twee minuten al: dat gaan we dus écht niet doen! Het waren stuk voor stuk mannen met enorm veel bagage, die over hun misgelopen relaties en andere problemen zaten te zeuren. Dit werd niks. Ik moest het anders aanpakken, maar hoe?

Ik besloot het idee van een kind even los te laten. Het zou vast wel goed komen, maar nu even niet. Ik had er vrede mee. Dat ik graag een kind wilde, speelde natuurlijk al langer. Ik was gewend aan dat gevoel. Vanaf mijn 25e was er een sluimerend verlangen, kriebels in mijn buik als ik een baby zag of vasthield.

Ik had een aantal serieuze relaties gehad, maar lang duurden ze nooit en Mr. Right was ik nog niet tegengekomen. Met niemand was ik op een punt beland dat we samen een gezin wilde stichten. Toen ik na mijn laatste break up weer single was, begonnen mijn eierstokken zogezegd écht te rammelen. Ik verlangde zo naar het moederschap, dat ik er zelfs van droomde. Ik voelde gewoon dat ik er klaar voor was, dan maar in mijn eentje.

Een van mijn beste vriendinnen is single moeder, en haar gezinnetje is zo knus en gezellig. Ik zag dus van heel dichtbij dat een vrouw prima in haar eentje kinderen groot kan brengen. Je hebt er niet per se een man bij nodig.

Dat wilde ik ook. Alleen, als je gaat zitten wachten en dromen, dan gebeurt er niks. Ik moest actief op zoek naar een donor. En niet iemand die zich ermee zou gaan bemoeien. Alleen een zaadje, zonder verplichtingen. Ik begon te denken aan een onenightstand tijdens het uitgaan. Maar ik vond het niet ideaal. In het donker, met drank op… dan kun je niet zomaar op je intuïtie vertrouwen. Stel je voor dat je een heel onaardig karakter te pakken hebt?

Vier of vijf keer liep ik langs met de intentie hem te vragen. Maar ik durfde niet…

Toen leerde ik de klusman kennen! Hij was bezig met de dakkapel van mijn overbuurvrouw en leek wel een model uit een jeans-reclame. Elke keer als ik naar buiten keek, zag ik hem. In volle glorie! Een grote, brede, prachtige man die met zijn ontblote, gespierde lichaam op het dak stond te werken. Het eerste wat ik dacht was: wat een bikkel, zo’n man moet ik hebben!

Wat hem nog leuker maakte was zijn hond, die onderaan de steiger zat. Een leuke, lieve, vriendelijke hond. Ik heb zelf ook een hond, en ik houd van hondenmensen. Een goed teken! Zo begon het contact. Elke keer als ik met mijn hond uitging, liepen we langs de klusman. Onze honden snuffelden aan elkaar, terwijl hij daar boven stond te werken. Hij stak dan vrolijk zijn hand naar me op, en ik riep dingen als: ‘Pas je op dat je niet naar beneden valt?’

Zo ging het een paar dagen door. Elke keer weer die hand omhoog en een brede lach. Ik begon hem steeds geschikter te vinden. Groot, sterk en ook nog charmant en vriendelijk! Ik besloot hem uit te nodigen voor een kop koffie. Vier of vijf keer liep ik langs met de intentie hem te vragen. Maar ik durfde niet…

Tot ik op een ochtend weer met mijn hond naar buiten stapte. Hij op die steiger, wij lachen naar elkaar, en toen floepte het er vanzelf uit: ‘Kopje koffie, klusman?’ Hij moest lachen en reageerde meteen positief: ‘Graag! Even iets afmaken, dan kom ik er zo aan…’ Met kloppend hart liep ik door. Hij zei ja! Eenmaal thuis, bleek de koffie op te zijn. Niet te geloven! Lachend holde ik naar de winkel en toen ik terugkwam, scheen het zonnetje. Ik riep naar boven dat de koffie zo klaar was, en liet de voordeur openstaan.

Even later stond hij in de gang. Ik schrok er een beetje van. Flirten en zwaaien op die ladder is één ding, maar zo’n grote kerel in je huis is toch een ander verhaal. Ik zei snel dat we de koffie buiten op het stoepje gingen drinken. Hij vond het best, en even later zaten we in het zonnetje te kletsen. Hij heette Willem en was een stuk ouder dan ik, tien jaar.

We hadden het over zijn werk. De honden, zijn kinderen… Hij had er drie, bij twee verschillende vrouwen. Hij sprak aardig en leuk over ze. De relaties met die vrouwen waren helaas stukgelopen, maar hij was goed met ze bevriend en zag zijn kinderen regelmatig. Dit was geen doorsnee type, dat merkte je meteen. Dit was een vrije vogel. En hij bleek een liefhebbende vader, want zijn ogen straalden als hij over zijn kinderen sprak. Ik kreeg het er warm van.

Toen hij even later mijn nummer vroeg, gaf ik het zonder na te denken. Het voelde helemaal goed. Ik wilde hem graag nog een keer zien. Een week of twee stuurden we elkaar aardige, beleefde sms-jes: goedemorgen, hoe is het, slaap lekker… Dat soort teksten. Ik begon hem steeds leuker te vinden. Geen man om een relatie mee te beginnen, maar wel een echte leuke en lieve kerel. Ik dacht in ieder geval niet meer alléén aan dat zaadje…

Zijn klus in de straat was ondertussen voorbij. We hadden nog een paar keer koffiegedronken maar verder niks. Het contact was per sms, en ik durfde niet goed het initiatief te nemen. Hoe vraag je een man of hij je een kind wil geven? Na een stilte van een paar dagen, stuurde hij een sms. Of ik zin had in een pizza? Natuurlijk wilde ik dat en we spraken af voor het komende weekend. Ik verheugde me erop, maar had totaal geen verwachtingen.

‘Ik ben over tijd en ga op zo’n ding plassen!’

Ik nam me voor om volledig open kaart te spelen. Ik zou wel zien wat er zou gebeuren. En zo is het ook gegaan. Tijdens het eten vertelde ik hem dat ik héél graag een kind wilde, maar geen man hoefde. Dat ik hem niet probeerde ‘binnen te takelen’, maar dat ik het wel heel gezellig vond met hem. Hij moest er een beetje om lachen. ‘Oke dan,’ zei hij. De rest van de avond hebben we het er niet meer over gehad.

We hebben gezellig zitten kletsen en lachen en het was zo leuk dat ik aan het eind van de avond zin had om met hem te vrijen. Hij bracht me naar huis en ik nodigde hem uit voor een drankje. In no time stonden we te zoenen en vlak voor we zover waren, zei ik in een helder moment nog een keer: ik gebruik geen pil, dus ik kan zwanger worden!

Ik zei zelfs nog dat ik hem geen geld of alimentatie zou vragen… Ik vond het heel belangrijk dat hij dat wist. Ik wilde hem geruststellen. Maar hij vond alles prima. We hadden heerlijke seks en hij liet me alle hoeken van de kamer zien. We kwamen zelfs tegelijkertijd klaar, en ik voelde me veilig in zijn sterke armen.

Toen ik hem de volgende ochtend uitliet, gaf ik hem een zoen en zei: ‘Misschien ben ik nu wel zwanger!’ Hij lachte, gaf me een knipoog en zei: ‘Nou meissie, als jij niet zwanger bent weet ik het ook niet meer!’ En zo was het. Drie weken na onze date was ik nog steeds niet ongesteld. Ik had nog steeds leuk contact met Willem. Gewoon gezellig, geen verplichtingen, geen beloften, geen moeilijke toestanden.

Ik kocht een test en belde hem op: ‘Ik ben over tijd en ga op zo’n ding plassen!’ Hij kwam er meteen aan. En jawel hoor: zwanger! Ik kon het bijna niet geloven! Ik was dolgelukkig. Dit was boven verwachting. Na al het gedoe met die kunstmatige inseminatie, was het nu na één leuke avond raak! Willem reageerde ook blij. Ik drukte hem nogmaals op het hart dat hij vrij was om te gaan en dat ik niks van hem verwachtte. Hij zei dat hij mij heel leuk en lief vond en voorlopig graag bij mij wilde blijven.

Voor de buitenwereld zien we eruit als een heel normaal co-ouderend stel.

We kregen een soort lat-relatie. Willem was er voor me, hielp met de boodschappen, regelde dingen en hielp met de hond. Maar naar de verloskundige ging ik alleen of met een vriendin. Ook de zwangerschapscursus heb ik alleen gedaan. Ik vond Willem heel lief en aardig, maar ik voelde heel sterk dat ik het moederschap alleen ging doen.

Ik ben thuis bevallen met de verloskundige en mijn twee beste vriendinnen erbij. Het was de mooiste dag van mijn leven! Toen ik mijn zoon voor het eerst in mijn armen hield, voelde ik heel sterk dat alles klopte en goed was zoals het was.

Willem bleef mij steunen. Hij betaalde mee aan dingen en haalde de baby regelmatig op, zodat ik even wat tijd voor mezelf had. Toch werd het tussen ons nooit een échte relatie, we waren meer maatjes. Na een paar maanden heb ik dat uitgesproken, omdat ik voelde dat het niet helemaal duidelijk was. Een korte periode was het lastig tussen ons. Ik denk dat Willem stiekem een beetje teleurgesteld was dat het niet werkte tussen ons. Maar het is wat het is en ik wil geen relatie die niet helemaal klopt.

Een paar weken later stond hij weer op de stoep. Hij wilde praten over de toekomst en zei dat ik nog steeds op hem kon rekenen. Ik had ingezet op een zaadje, zonder verdere verwachtingen. En nu stond hier een betrokken vader! Een betere donor had ik me niet kunnen wensen. Hij is er als ik hem nodig heb, betaalt elke maand alimentatie en haalt Dali regelmatig op voor een logeerpartij. Voor de buitenwereld zien we eruit als een heel normaal co-ouderend stel. Alleen mijn beste vrienden weten dat ik mijn zoon van de klusman kreeg! Desondanks voelt het toch heel bijzonder en voorbestemd. Alsof het allemaal zo heeft moeten zijn…”