Als Laura 15 jaar is, komt haar moeder plotseling te overlijden. Vanaf dat moment stopt Laura met puberen en begint ze met zorgen, voor haar vader en oudere broer Arjan. Het hele gezin is verdrietig, maar praten met elkaar doen ze niet. Vooral Arjan glijdt steeds verder af.

Koninginnedag 1992 zag ik Arjan voor het laatst. Ik zat op een terrasje in het dorp en hij kwam onverwacht langsfietsen. Hij schrok toen hij mij zag zitten, maar we raakten gelukkig wel even aan de praat.

Ons gesprek verliep stroef en was heel oppervlakkig. Hij zag er slecht uit en ik zag de eenzaamheid in zijn ogen. Ruim een week later liep hij weg bij zijn vriendin en zwierf een paar dagen in Amsterdam, zo bleek later. Die nachten dat hij weg was, kon ik niet slapen. Het was mei en de vogeltjes floten er vrolijk op los.

Nog steeds associeer ik het geluid van vogeltjes in de vroege ochtend met de tijd dat Arjan vermist was. Ik voelde al lang dat hij dit leven niet vol kon houden. Er waren te veel signalen en verhalen van vrienden en bekenden dat het echt slecht met hem ging.

Die dagen dat hij weg was en eigenlijk ook daarvoor, was ik bang dat hij zichzelf iets aan zou doen. Maar dan zei ik tegen mezelf: “Nee, dat zal hij nooit doen.” Een paar dagen later, vlak voor mijn eindexamen, waren we allemaal bij elkaar in het huisje waar hij toen woonde met zijn vriendin.

Hoe kon hij mij dit aandoen? Waarom liet hij mij in de steek? Waarom had hij geen hulp gezocht?

Het was een dinsdag in mei, het regende en we waren aan het wachten op een teken van leven. Mobieltjes en internet waren er in die tijd nog niet. Toen ging de bel en zag ik twee agenten staan, samen met onze huisarts. Ik wist meteen dat Arjan dood was. Hij had zichzelf voor de trein gegooid. Ik schreeuwde het uit. Hoe kon hij mij dit aandoen? Waarom liet hij mij in de steek? Waarom had hij geen hulp gezocht?

Ik was zo boos. Zo verdrietig. Arjan was net 22, ik 18. Hij was eindelijk verlost van al het verdriet. Maar ik bleef achter met nog meer pijn en met een vader die zich geen raad wist met zijn eigen verdriet.’

Ook na dit verlies gaat Laura weer verder. Ze gaat studeren, samenwonen en vindt uiteindelijk een baan. Ze krijgt drie kinderen. Af en toe is er een dipje, maar dat is nooit al te erg. Tot ze op een dag alleen nog maar kan huilen.

Ik weet nog goed dat ik me aanmeldde voor yoga en aan het eind van de eerste les de yoga-instructrice me toedekte met een dekentje. Ik wist niet wat me overkwam. Iemand die mij toedekte en voor me zorgde, zomaar omdat ik het ben. Toen kwamen de tranen, ik moest zo hard huilen. Waarom had ik het zover laten komen?

Soms, als ik mopper of ontevreden ben over iets onbenulligs, zegt mijn oudste van 16: “Mam, tel je zegeningen.”

Ik schakelde hulp in van een psycholoog en een haptonoom. Beetje bij beetje werd ik meer mezelf, ik kreeg meer vertrouwen in mijn lichaam en geest en voelde dat het ooit weer goed zou komen. Ik leerde beter luisteren naar mijn lichaam en durfde het aan te geven als ik iets niet kon.

Na lang nadenken, besloot ik na de zomervakantie van 2017 mijn baan op te zeggen. Ik heb mooi en nuttig werk en besloot daar als zelfstandige mee verder te gaan. Ik, die houd van vastigheid en controle, zag geen enkele beer op de weg.

En nu, na een halfjaar, voel ik me heel vrij en blij met de opdrachten die ik krijg. Soms, als ik mopper of ontevreden ben over iets onbenulligs, zegt mijn oudste van 16: “Mam, tel je zegeningen.” We moeten er altijd om lachen als ze het zegt, maar het is zo waar.’

Benieuwd naar het hele verhaal van Laura? Je leest het in fabulous mama | nummer 8 | 2018