Verloskundige Sanne van Barneveld (30) is samen met Remco (42) en moeder van Isa (4) en Thijs (2). Toen Thijs een paar weken oud was, werd hij in het ziekenhuis opgenomen met het voor baby’s levensgevaarlijke RS virus. “Straks overlijdt hij, ging steeds door mijn hoofd.”

“Op de intensive care van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht (WKZ) belandde Thijs aan de beademing. Je baby zien lijden in een ziekenhuisbed met een team van artsen eromheen, zijn kleine lijfje vol toeters en bellen, terwijl je niks kunt doen… Het was verschrikkelijk! Ik heb me nog nooit zo machteloos gevoeld. Alles bij elkaar heeft het drie maanden geduurd voor Thijs er weer helemaal bovenop was. Het waren de zwaarste maanden van mijn leven.”

In de lappenmand

“Het begon toen Thijs vijf weken was. Tot dan toe was alles goed verlopen. Ik had een fijne zwangerschap zonder complicaties en ben – ongepland – thuis bevallen. Thijs was een chille baby, een rustig ventje. Hij dronk goed, sliep goed en groeide goed. Tot bij vijf weken alles ineens veranderde. Hij werd onrustig, huilde veel en wilde zijn flesje niet meer. Hij was ook een beetje verkouden. Vreemd vond ik, een baby die snottert en hoest. Remco voelde zich grieperig en Isa was ook niet lekker. De hele familie zat in de lappenmand. Na een paar dagen nam ik de kinderen op een vrijdag mee naar de huisarts, met het idee: better be safe than sorry. Isa bleek een dubbele oorontsteking te hebben en kreeg een antibioticakuur. Thijs kreeg niets. Volgens de huisarts hoefde ik me geen zorgen te maken, Thijs zou nog voldoende afweerstoffen van mij bij zich dragen. Met hem zou het zo’n vaart niet lopen…

Second opinion

Ik voelde me een beetje afgewimpeld, maar legde me erbij neer. Ik ben tenslotte verloskundige en geen arts… Maar Thijs bleef onrustig en huilerig, sliep amper en begon sneller te ademen. Toen hij op zaterdag koorts kreeg, ben ik naar de huisartsenpost in ons ziekenhuis in Ede gegaan voor een second opinion. De kinderarts checkte zijn ademhaling, temperatuur, hart en longen. Voor het eerst werd de mogelijkheid van het RS virus genoemd. Maar de arts twijfelde: Thijs had de symptomen, maar nog niet zo alarmerend dat een opname nodig was. We mochten naar huis, mits ik hem goed in de gaten zou houden. We spraken af dat de kinderarts me de volgende dag zou bellen voor een update.

Steeds benauwder

We gingen naar huis, maar de situatie werd alleen maar slechter. Thijs dronk niet meer en werd steeds benauwder. ’s Ochtends kon ik het niet meer aanzien. Ik belde de kinderarts en we mochten meteen komen. Vanaf dat moment ging het hard. Thijs werd opgenomen en kreeg een zuurstofbrilletje, zo’n slangetje onder zijn neus, ter ondersteuning. Ik bleef de hele dag bij hem in het ziekenhuis. Remco en Isa lagen thuis ziek in bed. Ondertussen werd Thijs’ ademhaling sneller en sneller. Tegen de avond kostte het ademhalen hem zó veel moeite, dat zijn neusvleugeltjes en borstkasje heftig in en uit bewogen. Drinken ging al helemaal niet meer, daarvoor kreeg hij een sonde. Hij had al zijn energie nodig om adem te halen.

Ik voelde me verscheurd. Aan de ene kant was het fijn dat Thijs nu in professionele handen was, de verantwoordelijkheid lag niet meer alleen bij mij. Tegelijkertijd vond ik het moeilijk de zorg uit handen te geven. In de avond besloten de artsen over te gaan op optiflow, verwarmde lucht. Dat ondersteunt de ademhaling beter dan het neusbrilletje. De kinderarts nam me apart en zei: ‘Je weet dat kinderen het hiermee soms niet redden en de enige volgende optie is dan aan de beademing. Houd daar rekening mee.’ Dat was een klap in mijn gezicht. Ik voelde me ineens zo gespannen. Wat nu?”

Traumatisch

“Die nacht was slopend. Ik kreeg een bed bij Thijs op de kamer en heb alle uren met hem op mijn borst gelegen. De volgende ochtend werd zijn bloed geprikt en bleek zijn zuurstofgehalte te laag. Thijs moest aan de beademing. Dit betekende dat we naar een intensive care moesten, dus naar een ander – academisch –ziekenhuis. Terwijl we wachtten op het team dat vanuit het WKZ onderweg was, ging Thijs alvast naar de operatiekamer om onder narcose te worden gebracht zodat ze hem aan de beademing konden leggen. Terwijl een team van artsen met hem bezig was, moest ik hem vast- en tegenhouden. Want hoewel hij zo ziek en benauwd was, stribbelde hij toch erg tegen. Hij kreeg een katheter, een infuus en nog een reserve infuus. Dat kleine baby’tje op dat grote OK-bed met al die mensen om hem heen…
Het was verschrikkelijk. Het voelde alsof mijn lieve kleine baby’tje niet meer van mij was. Ik kon niks meer voor hem doen. Zijn leven lag in handen van de artsen. Het was een traumatische ervaring, vooral omdat ik het in mijn eentje meemaakte. Ik ben vele nachten wakker geschrokken met het beeld op mijn netvlies van Thijs op die operatietafel. Later leerde ik dat dit posttraumatische klachten waren en heb ik er therapie voor gekregen, EMDR.

Tekst Anne Bakker | Fotografie privébeeld

Lees het hele artikel in Fabulous Mama 9-2019. Deze bestel je hier. 

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.