Miranda (33): “Drie kinderen heb ik, Irene van 1, Julius van 3 en Marieke, die afgelopen zomer 4 is geworden. Ze zitten vrij dicht op elkaar, en ja, dat is bewust. Waar je andere moeders vaak hoort zuchten en steunen over de werk-privébalans, gebrek aan me-time en chronische vermoeidheid, heb ik van dat alles geen last. Sterker nog: ik vind het heerlijk!

Ik werk drie dagen in de week als consultant en heb de kleintjes steeds na vier maanden zwangerschaps- en bevallingsverlof met vertrouwen naar een fijne crèche hier in de buurt gebracht. Daar gaan ze twee dagen naartoe, mijn man is elke vrijdag vrij.

Telkens was ik na mijn verlof blij weer aan de slag te kunnen. En natuurlijk heb je met drie kinderen onder de 4 geregeld doorwaakte nachten, maar ik heb niet zo veel slaap nodig, dus dat deert me niet echt. Al met al kon ik mijn geluk niet op met mijn grote gezin.

Maar onherroepelijk kwam het moment dat ik weg moest. En dus het moment dat zij ging huilen, soms hard en hysterisch, andere keren ingetogen, met hartverscheurend verdrietige snikjes.

Maar na de zomer is Marieke naar school gegaan. Vanaf de eerste schoolweek zijn we aan het wenproces begonnen; van een uurtje naar twee uurtjes, naar een ochtend, naar een hele dag. Maar ze had het er moeilijk mee, intens moeilijk. Op de crèche zette ik haar altijd met een brede lach op haar gezicht af. Er kon nog net een kusje vanaf, met twee van die heerlijk kleffe armpjes stevig om mijn nek, maar dan was ze weg: spelen!

Hoe anders ging het bij de kleuters. Ze was stilletjes als ik haar in de klas bracht en klampte zich aan me vast. Maar onherroepelijk kwam het moment dat ik weg moest. En dus het moment dat zij ging huilen, soms hard en hysterisch, andere keren – en dat raakte me eigenlijk nog erger – ingetogen, met hartverscheurend verdrietige snikjes. Ze keek me dan aan met haar betraande ogen en ik las daarin haar verwijt: ‘Hoe kún je, mama, hoe kún je me hier achterlaten?’

En voor het eerst wist ik het niet meer. Weet ik het niet meer. Misschien komt het omdat eerder eigenlijk alles van een leien dakje ging. Ik raak het niet kwijt, ben er de hele dag mee bezig en lig ook ’s nachts uren te piekeren. Na drie weken had ik er genoeg van.

Zodra ik begin over een uurtje extra op school blijven, springt de paniek haar weer in de ogen. Daar is ze gewoon echt nog niet aan toe.

De juf bleef weliswaar maar herhalen dat we ‘echt even moesten doorzetten’, maar mijn besluit stond vast: voorlopig ging Marieke elke dag nog maar een uurtje naar school, en de rest van de tijd bleef ze lekker thuis. Dat gaat goed, ze huilt nu niet meer bij het brengen, maar zodra ik begin over een uurtje extra op school blijven, springt de paniek haar weer in de ogen. Daar is ze gewoon echt nog niet aan toe.

Voor de eerste tijd wennen had ik twee weken vrijgenomen, ik dacht daarna wel weer aan de slag te kunnen. Toen het nog niet zo goed ging, plakte ik er nog een week aan vast. Maar daarna meldde ik me ziek, ik wilde gewoon niet al mijn dagen opmaken.

Nu zit ik dus al twee weken met een zogenaamde fikse griep thuis en had vandaag een argwanende arboarts aan de lijn. Ik heb werkelijk geen idee hoe ik me hieruit moet gaan redden. Als ik het sec bekijk, kan ik niet anders dan mezelf voor gek verklaren: ik lieg en bedrieg, en spijbel van mijn werk, en dat alles omdat ik mijn dochter niet naar school kan laten gaan.

Ik moet mezelf een schop onder mijn kont geven, en snel. Maar vooralsnog lukt het me simpelweg niet.”