Lieve (36): Ik heb nooit kinderen gewild. Mijn eigen ouders waren niet bepaald leuke mensen, en al helemaal niet tegen mij. Dit heeft behoorlijk wat sporen nagelaten, waardoor ik me nu het liefst afsluit voor anderen. Ik ben single en op een heel goede vriend na heb ik weinig sociale contacten. De enige voor wie ik echt moederlijke gevoelens heb is mijn hond Mokkel.

Ergens hou ik heus wel van kinderen hoor. Patrick, mijn goede vriend, heeft twee schatten van dochters met zijn man. Ik vind het heerlijk om kleine kleertjes voor ze te kopen en samen met ze te knutselen. Zolang ik ze aan het eind van de middag maar weer aan hun ouders kan teruggeven.

Ik heb een fijne baan, een mooi appartement en genoeg hobby’s om mijn vrije tijd te vullen.

Mijn leven is precies zoals ik het wil. Ik heb een fijne baan, een mooi appartement en genoeg hobby’s om mijn vrije tijd te vullen. Twee keer per jaar ga ik op vakantie en als ik behoefte heb aan ontspanning boek ik een weekendje in een Wellness Resort.

Ook aan mannelijke contacten heb ik zelden gebrek, met dank aan de moderne technologie. Als het om seks gaat, ben ik niet echt verlegen. Mannen schijnen dat wel interessant te vinden. Dus als ik er een Tinder-berichtje uitgooi, heb ik regelmatig beet.

En nu zou er een kind komen, dat met mij als moeder zat opgescheept. Een kind dat ik helemaal niet wilde.

Toen ik zeven jaar geleden per ongeluk zwanger raakte, stortte mijn wereld dan ook in. Ik zag mijn perfecte leven al plaatsmaken voor spuugdoekjes, wallen en nachtelijk gekrijs. En dat ook nog in mijn eentje, want ik vermoedde dat mijn eenmalige Tinder-verovering van twee maanden terug weinig zin had om papa te worden.

Ik voelde me vreselijk schuldig. Normaal was ik altijd ontzettend voorzichtig met anticonceptie, maar nu had ik me door teveel cocktails en the heat of the moment laten benevelen. En nu zou er een kind komen, dat met mij als moeder zat opgescheept. Een kind dat ik helemaal niet wilde.

Dit was een echt, levend kind. Dat door mijn stommiteit ontstaan was.

In eerste instantie was ik vastbesloten om een abortus te ondergaan. Om zeker te weten hoe ver ik was, bezocht ik een verloskundige. Zij feliciteerde me en vertelde me dat ik inmiddels 9 weken onderweg was. Of ik het hartje misschien wilde horen?

Nog voor ik antwoord kon geven, had ze het geluid al opengedraaid. En ja hoor, daar hoorde ik het kloppen. Sneller en duidelijker nog dan mijn eigen hartslag. Dit was een echt, levend kind. Dat door mijn stommiteit ontstaan was. En opeens was ik niet meer zo zeker van mijn zaak.

Er werd een lief gezin gevonden voor mijn zoon.

Ik kon het gewoon niet, een abortus. Mijn schuldgevoel tegenover dit embryo was te groot. Het voelde alsof ik me er te makkelijk vanaf maakte door het weg te laten halen. En dus besloot ik mijn baby af te staan. Zo zou het toch een leven hebben, maar dan zonder mijn slechte invloed.

Via mijn huisarts kwam ik in contact met een adoptiebureau. Zij keken nogal vreemd op toen ik daar als volwassen vrouw aankwam. Maar ze wilden me wel helpen. Er werd een lief gezin gevonden voor mijn zoon. Ik heb aangegeven dat ik geen contact wilde, maar dat hij me mag opzoeken als hij 16 is en daar behoefte aan heeft.

Ondanks dat ik geen moeder voor hem kan zijn, wens ik hem wel het allerbeste.

Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan mijn zoon denk. Ik heb niet echt moedergevoelens voor hem, maar voel wel een band. Elke dag voor ik ga slapen zeg ik een klein gebedje voor hem. Dat hij het fijn mag hebben bij zijn adoptieouders en een mooi leven heeft. Want ondanks dat ik geen moeder voor hem kan zijn, wens ik hem wel het allerbeste.