Esther (31): Mijn man en zijn broer zijn twee handen op één buik. Opvallend, want ze zijn totaal verschillend. Mijn zwager is heel sportief en avontuurlijk, terwijl mijn lief wat voorzichtiger is en liever een potje schaak speelt. Precies de kwaliteiten die ik zo in hem waardeer: hij is bedachtzaam en ontzettend lief.

We zijn al samen sinds mijn tweede jaar op de pabo. Ik was 18 en had enorm veel moeite met de verplichte rekentoetsen. Gelukkig kende een vriendin van me wel iemand uit een hogere klas, die zou me wel bijles kunnen geven. Die lessen waren soms een beetje te gezellig en op een gegeven moment zaten we te zoenen achter mijn bureau.

Ik was stapelverliefd op hem en ik was ervan overtuigd dat ik nooit meer iemand anders zou willen. Tot ik zijn broer ontmoette. Dat was het enige moment waarop ik heel even aan mijn eigen liefje twijfelde. Mijn zwager is ontzettend knap (en dat weet hij ook). Met zijn donkere ogen, kuiltjeslach en gespierde armen weet hij dat alle vrouwen voor hem vallen.

En ik viel ook voor hem. Er is nooit echt iets gebeurd, maar een zekere spanning is er wel altijd geweest. Zodra hij de kamer binnenkomt en naar me knipoogt, begin ik te giechelen als een schoolmeisje. Mijn man vindt het wel amusant en plaagt me er soms mee. Hij is zo overtuigd van onze relatie dat hij zich er geen moment zorgen over maakt.

Mijn man is mijn grote liefde, en ik wil hem voor geen goud kwijt. Hij is de meest betrouwbare en liefdevolle partner die ik me kan wensen, en hij brengt rust in mijn leven. Maar nu we over kinderen nadenken, gaat mijn rotsvaste vertrouwen in onze relatie toch weer wankelen.

Want hoeveel ik ook houd van mijn echtgenoot, je hoeft geen arts te zijn om te zien dat de genen van zijn broer een stuk beter zijn. Mijn man is lief, maar werd op zijn 25e al kaal en is allergisch voor ongeveer alles. Bovendien is hij een stuk kleiner en minder atletisch aangelegd. Als klap op de vuurpijl is zijn broer ook nog eens een stuk hoger opgeleid.

Ik voel me ontzettend schuldig dat ik iemand anders dan mijn man een betere vader voor mijn kinderen zou vinden. Regelmatig twijfel ik of dit betekent dat ik niet genoeg van hem hou. Of nog erger: dat ik eigenlijk echt verliefd ben op zijn broer. Maar die gedachten stop ik altijd direct, want ik wil mezelf geen ruimte geven daarover te fantaseren.

Met mijn man durf ik het niet te bespreken. Hij is dol op zijn broer, maar wordt altijd een beetje onzeker als mensen hen met elkaar vergelijken. Het is immers wel duidelijk wie er dan als ‘winnaar’ uit de bus komt. Dus fantaseer ik soms stiekem over hoe een kind van mij en mijn zwager eruit zou zien, en houd ik het onderwerp kinderen bij mijn man nog even af. Tot ik eruit ben wat ik nu eigenlijk wil.