Janneke (26): Al vanaf dat ik een klein meisje was, heb ik bepaalde tics. Zo blies ik als kind altijd op mijn handen, omdat ze vies aanvoelden. Op die manier hoopte ik de bacteriën weg te blazen. Hoe ouder ik werd, hoe erger deze handelingen werden.

Nare gebeurtenissen koppel ik in mijn hoofd aan bepaalde handelingen. Toen het me op de basisschool een keer gelukt was om recht over een verkeersdrempel te fietsen, werd mijn tennisleraar ’s avonds ontzettend boos op mij en mijn teamgenootje. Sindsdien durf ik alleen nog schuin over drempels, zebrapaden en andere lijnen op de weg te gaan.

Als ik mijn dwanghandelingen niet goed uitvoer, word ik gestraft.

Dagelijks heb ik verschillende rituelen. Als ik deze niet uitvoer, gebeurt er iets vreselijks. Zo ben ik heel bang dat mijn vriend me zal verlaten, dat mijn ouders doodgaan of dat ik of iemand van wie ik hou een ziekte krijgt.

Om dat te voorkomen, moet ik specifieke handelingen doen. Voor ik in bed lig, heb ik een uur aan dwangmatige acties nodig. Zelfs als ik een keer om drie uur ’s nachts pas thuiskom, moet ik ze uitvoeren. Anders word ik gestraft. Douchen moet op een bepaalde volgorde, ik moet mijn theezakje altijd precies 27 keer in mijn thee dopen en ik moet altijd als eerste mijn linkerschoen aantrekken.

Eten in een restaurant vind ik verschrikkelijk, omdat ik dan vaak niet kan controleren hoe schoon de keuken is.

Ongeveer twee jaar geleden ben ik naar een psycholoog gegaan. De dwanghandelingen namen zoveel tijd in beslag dat ik soms te laat bij afspraken kwam, nauwelijks nog sliep en constant doodsbang was. Ik kreeg de diagnose OCD: Obsessive Compulsive Disorder.

Mijn diagnose betekent dat ik mijn vele angsten onder controle probeer te houden door het uitvoeren van dwanghandelingen en het vermijden van ‘triggers’: situaties waarin ik me angstig of onveilig voel. Dit laatste uit zich bijvoorbeeld in het vermijden van alle etenswaren die ik at op een dag dat ik ziek werd, of de kledingstukken die ik droeg op het moment dat er iets naars gebeurde.

Daarnaast probeer ik bacteriën zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Eten in een restaurant vind ik verschrikkelijk, omdat ik dan vaak niet kan controleren hoe schoon de keuken is. Ook weet ik niet zeker of alle producten nog ruim binnen hun houdbaarheidsdatum zijn, iets wat ik thuis nauwlettend in de gaten houd. Alles om te zorgen dat ik niet ziek word.

OCD wens ik mijn ergste vijand nog niet toe, laat staan mijn eigen kind.

Sinds mijn diagnose ben ik in intensieve therapie. Sinds kort krijg ik ook medicatie, om mijn angsten wat meer te onderdrukken. Dat helpt een heel klein beetje, maar ik weet dat ik nog een lange weg te gaan heb. Ik schrok me dan ook rot toen mijn vriend vorig jaar begon over kinderen.

Ik vind kinderen ontzettend leuk, maar ik ben ook als de dood voor ze. Ze verspreiden allerlei bacteriën, zitten overal aan met hun plakhandjes en worden vaak ziek. Bovendien ben ik heel erg bang dat ik mijn ziekte doorgeef aan mijn baby. Dit gevoel wens ik mijn ergste vijand nog niet toe, laat staan mijn eigen kind.

Ik ben bang dat mijn vriend mij zal verlaten voor iemand die hem wel het leven kan geven waar hij van droomt.

Mijn vriend is ontzettend lief, en hij begrijpt mijn argumenten. Toch merk ik aan hem dat hij een sterke kinderwens heeft. Hierdoor ben ik bang dat hij uiteindelijk bij me weg zal gaan. Op zoek naar iemand met minder problemen, die hem wel het leven kan schenken waar hij van droomt.

Ik hoop heel erg dat ik snel de knop kan omzetten, en een normaler leven kan leiden. Een leven waarin ik niet continu hoef na te denken, waarin het niet voelt alsof ik constant iets verkeerd doe. Een leven waarin ik moeder kan worden.