Simone (33): “Elke keer als er iets op het nieuws is over kinderen die verslaafd zijn aan gamen, bekruipt mij een gevoel van schaamte en onkunde. En als vriendinnen vertellen over de moeite die ze hebben om hun kinderen ‘van de schermpjes af te houden’, knik ik schaapachtig en gooi er wat losse flodders tegenaan: ‘Ja, lastig hè?’ en ‘Vroeger was zo gek nog niet…’

Maar toen een vriendin laatst tijdens haar zoveelste tirade over ‘de schermpjes’ ineens stilviel, me aankeek en vroeg: ‘Hoe gaat dat bij jullie thuis eigenlijk?!’, stond ik met mijn mond vol tanden. En het schaamrood op mijn kaken.

Ze kunnen nergens vanaf kukelen of op een onbewaakt ogenblik met hun vingers in het stopcontact belanden.

Want ja, hoe gaat het bij ons eigenlijk? Nou: mijn kinderen zijn vaak aan hun schermpjes gekluisterd. De jongste van anderhalf zit ’s ochtends al op haar Tripp Trapp voor de tv om een uurtje Teletubbies te kijken. Of twee uurtjes.

De middelste, een zoon van 4, is verdacht bedreven in zijn omgang met mijn iPhone en iPad. Hij swipet en tikt erop los als een millennial. Maar dan de oudste, mijn zoon van 9. Hij speelt games. Clash Royale en nog allerlei andere.

Niks waar hij qua leeftijd nog niet aan toe is, hoor, dat niet. Maar wel langdurig en vaak. Hij bereikt levels waar veel volwassenen alleen maar van kunnen dromen.

Laatst zag ik hem op een topic over een game dingen zeggen waar andere bezoekers erg van onder de indruk waren. Het betrof hier duidelijk een kenner. Eentje die nog niet fatsoenlijk kon spellen, maar dat scheen niemand te deren of alarmeren.

Kortom: mijn kinderen spenderen veel, heel veel tijd aan schermpjes, variërend van 2 tot 4 uur per dag. En nee, ik hoef geen tips om daar wat aan te doen, of strenge priemende blikken, vergezeld van een: ‘Tja, dat heb je natuurlijk zelf in de hand, de hoeveelheid schermtijd!’ Want dat klopt, ik héb het zelf in de hand.

Alleen zo kan ik de rest van de dag een – denk ik – heel liefdevolle en goede moeder zijn.

Mijn kinderen zitten lang niet altijd voor schermpjes omdat ze dat zelf zo graag willen, maar omdat ik erop aanstuur en vooruit, soms zelfs aandring. Aan de ene kant schaam ik me daar heel erg voor en maak ik me ook echt wel zorgen over de gevolgen.

Vooral als er weer eens een uitslag van een onderzoek voorbijkomt, en in de pers van de daken wordt geschreeuwd hoe slecht het wel niet is, en dat er van die generation screen niets goeds kan komen.

Aan de andere kant vind ik het heerlijk. Ik ben een thuisblijfmoeder en op schermmomenten zijn zij altijd blij, en met iets bezig wat niet mis kan gaan, in de zin van: ze kunnen nergens vanaf kukelen of op een onbewaakt ogenblik met hun vingers in het stopcontact belanden.

En dus heb ik de tijd voor mezelf. En rust. Wat ik doe in die tijd? Soms nuttige dingen, zoals schoonmaken en het huishouden, maar ook vaak zat gewoon een tijdschrift lezen of mijn appjes checken. Of uit het raam staren. Want ik heb het nodig, elke dag, dat even – een paar uurtjes maar – mezelf loskoppelen van het moeder zijn en in mezelf keren, alleen met mezelf zijn.

Ik weet, dat klinkt egocentrisch en misschien zelfs egoïstisch, maar alleen zo kan ik de rest van de dag een – denk ik – heel liefdevolle en goede moeder zijn. Want als ze ‘schermvrij’ zijn, heb ik de volledige aandacht voor mijn kinderen, ben ik niet met andere dingen bezig en zit ik geen moment op mijn telefoon.

De focus ligt dan echt voor honderd procent op mijn bloedjes. En zeg nou zelf: hoeveel moeders kunnen dat nou in alle eerlijkheid ook zeggen?”