Rianne (28): “Het is nu dik een jaar geleden dat ik Mark ontmoette tijdens een avondje stappen. Ik stond op de dansvloer met twee vriendinnen, hij keek toe. En leuk dat ie was… Dat had ik meteen in de smiezen.

Dus met de nodige drankjes achter de kiezen waagde ik mij aan wat wulpse dansmoves. Verleiden wilde ik hem, en wel nu. Ik woon in een grote stad, en de kans dat je elkaar nog eens tegenkomt, is natuurlijk klein. Dus gooide ik alles in de strijd. Met succes.

Op een gegeven moment had hij een drankje in z’n handen en wenkte me. ‘Om even af te koelen’, zei hij wat onhandig en overhandigde me een mojito met lekker veel ijs. Mijn lievelings, hoe wist ie dat? Dit was meant to be.

We raakten aan de praat. Tussen het eerste moment dat ik hem zag vanaf de dansvloer en het moment waarop hij mij – of was het ik hem? Ik weet het niet – zoende, zat nog geen uur, maar het had een leven kunnen zijn.

Het voelde alsof hij mijn soulmate was, zo’n liefde waarvan je denkt dat je ’m maar één keer in je leven beleeft. Dit was ’m. Deze moest ik nooit meer laten gaan.

“Ik wist meteen dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn. En begreep ineens die prachtige Franse term, coup de foudre, een blikseminslag.”

Verder dan zoenen ging het die avond niet. Met mijn vriendinnen had ik afgesproken nog ergens anders heen te gaan en ik wilde ze niet laten zitten. Dus gaf ik ’m wel nog snel mijn nummer en verdween toen.

Maar ik wist meteen dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn. En begreep ineens die prachtige Franse term, coup de foudre, een blikseminslag.

De volgende dag appte hij al. Ook hij was ondersteboven van onze ontmoeting, kon aan niets anders denken.

Of we elkaar snel ergens konden zien. Gewoon ’s middags, voor een kop koffie in een brasserie of zo. Kijken of het nog steeds zo bliksemde tussen ons in een minder broeierige omgeving. En dat deed het.

Na vijftien minuten wisten we niet hoe snel we naar buiten moesten komen. In een park op een bankje hebben we opnieuw gezoend. Minutenlang. Daarna maakte hij zich van me los en zag ik een dikke traan over zijn wang rollen.

Dit kon niet, vertelde hij, dit wilde hij niet. Hij had een vrouw. Was net een jaar getrouwd, zou over drie maanden voor het eerst vader worden.

Wat anderen ook oordelen: onze verboden liefde is een mooie liefde. De grootste ooit.

Alles waarvan ik wist dat ik het met hem wilde – trouwen, nog meer kinderen, the whole shebang – met deze man en nooit met iemand anders, dat allemaal, dat had hij al. We waren elkaar te laat tegengekomen.

Een halfjaar geleden was het nog anders geweest. Ja, toen was hij ook al getrouwd, maar het feit dat er een kind onderweg was, maakte alles anders voor hem.

Hoewel iets in hem schreeuwde dat hij met mij verder wilde, schreeuwde iets anders net zo hard, of harder, dat hij zijn ongeboren kind niet in de steek kon laten. Zijn eigen vader heeft hij nooit gekend, die ging er – oh speling van het lot – vandoor toen zijn moeder zwanger was van hem.

Gezworen heeft hij dat zijn kind(eren) zoiets nooit zouden hoeven meemaken. Dus blijft hij bij zijn inmiddels geboren zoon en bij haar.

En ik – alleenstaande moeder van een meisje van 2, voortgekomen uit een onenightstand – bewonder hem er alleen maar meer om. Maar elkaar helemaal loslaten, kunnen we niet.

Dus zien we elkaar een paar keer per maand. In het geniep. En wat anderen ook oordelen: onze verboden liefde is een mooie liefde. De grootste ooit.”